Nieuwe escalatie Kashmir conflict

Kinder Vredesprijs 2020

Home » Advocacy » Internationale Kindervredesprijs » Vorige winnaars » 2020 – Sadat Rahman (17), Bangladesh

Sadat Rahman(17) uit Bangladesh wint de vredesprijs

Sadat (17) komt uit Bangladesh. Door zijn vaders baan als postbode bij de overheid moest Sadat vaak verhuizen toen hij jong was. Hoewel dit moeilijk voor hem was, heeft hij er altijd het beste van gemaakt. Hij leerde nieuwe dingen en maakte in elke woonplaats weer nieuwe vrienden. Door de vele verhuizingen onderhield Sadat veel contact met zijn vrienden via internet. Hij ontdekte veel mogelijkheden van het internet en vond zijn passie voor het maken van video’s en websites. Later zou hem dat goed van pas komen om andere kinderen te helpen. Hij gebruikt deze technische vaardigheden om andere kinderen en jongeren te helpen via zijn innovatieve cyberbullying app, Cyber Teens.

APP TEGEN CYBERBULLYING: CYBER TEENS
Sadat ontdekte de kracht van samenwerkende jongeren in 2017, toen de Rohingya’s moesten vluchten voor het geweld in Myanmar en toevlucht zochten in Bangladesh. Sadat organiseerde samen met zijn vrienden een fietsrace voor vrede. Geïnspireerd door deze ervaring zette Sadat zijn eigen organisatie op. De organisatie richtte zich op verschillende kinderrechten thema’s.

HIJ HEEFT VEEL MENSEN GEHOLPEN MET ZIJN APP
De app heeft al meer dan 300 slachtoffers van cyberpesten geholpen, onder meer door fake social media-accounts te melden en steun te verlenen bij geestelijke gezondheidsproblemen. De app heeft tot nu toe geleid tot de arrestatie van acht daders van cybercriminaliteit. Sadat heeft ook meer dan 45.000 tieners bereikt met seminars op scholen en hogescholen over internetveiligheid. Hij heeft in elke school in zijn omgeving “Cyber Clubs” opgericht. In deze clubs worden jongeren opgeleid op het gebied van digitale geletterdheid. Hij wil de app nu ook buiten zijn eigen gebied verspreiden om slachtoffers van cyberpesten te helpen in de rest van Bangladesh.

Kan Zuid-Afrika jihadisme stuiten?

Jihadisten winnen terrein in Mozambique.
Daar militair ingrijpen is riskant voor buurland Zuid-Afrika. Huurlingen doen dat toch. 
In de mist van de oorlog is de situatie in Mozambiques strategische havenstad Mocímboa da Praia, in het verre noorden van het land, moeilijk te achterhalen. Telefoonlijnen zijn afgesneden, het gebied is voor journalisten verboden.
bron: NRC augustus Bram Vermeulen

Vorige week werd de stad omsingeld door strijders van een groepering die zich Al-Sunnah Wa Jamaah noemt, een filiaal van Islamitische Staat (IS). Na zes dagen van gevechten met de jihadisten hadden de militairen van het Mozambikaanse leger al hun munitie verbruikt en sloegen ze op de vlucht. Nu wappert de zwarte islamistenvlag boven de witte stranden en de haven aan de Indische Oceaan.

Zulke aanvallen zijn niet nieuw. Sinds 2017 zijn er jihadisten actief in de provincie Cabo Delgado. Video’s op sociale media tonen hun gruwelijke methoden: dorpelingen die zich weigeren te onderwerpen aan hun regime worden onthoofd en zwaar verminkt. Er vielen meer dan 1.500 doden, 250.000 inwoners zijn hun dorpen ontvlucht. 

Tot nu toe waren de aanvallen van de jihadisten hit and run-operaties. Maar voor het eerst sinds het begin van het conflict weten ze nu veroverd terrein vast te houden. Dat besef veroorzaakt grote paniek tot ver buiten de grenzen van Mozambique.

Niet alleen bedreigt de inname van Mocímboa de Praia de exploratie van gigantische gasvoorraden en daarmee economische voorspoed voor Mozambique en de regio. Ook rijst de bredere vraag: hoe kan worden voorkomen dat de jihadistische veenbrand die over het continent trekt – van Al-Shabaab in het oosten tot Boko Haram, IS en Al-Qaida in het westen – zich nu ook over zuidelijk Afrika gaat verspreiden? In buurland Zuid-Afrika klinkt de dwingende vraag of het niet tijd wordt om het eigen leger in te zetten om Mozambique te redden.
Lees het hele artikel.

Gevechten tussen Armenië en Azerbeidzjan houden aan

Gevechten om strategische stad in Nagorno-Karabach weer opgelaaid
Uit NU.nl 08/11-2020

De gevechten rondom de strategisch belangrijke stad Shushi in Nagorno-Karabach zijn flink opgelaaid, zo melden de lokale autoriteiten. Ook in de hoofdstad van het gebied, Stepanakert, was het zaterdag- op zondag nacht erg onrustig. Zo waren er onder andere verschillende luchtalarmen te horen.

De autoriteiten zeiden op Facebook dat woonwijken willekeurig met raketten werden beschoten en dat de vernietiging verwoestend was. Bewijs voor die claim is er echter (nog) niet. Er zijn geen slachtoffers.

Een woordvoerster van het ministerie van Defensie in de Armeense hoofdstad Jerevan zei zaterdag dat de situatie rond Shushi bijzonder gespannen was. De strijdkrachten zouden volgens haar de situatie onder controle hebben en er alles aan doen om de vijand te verslaan. Azerbeidzjan stuurt naar verluidt nieuwe troepen om Shushi te veroveren.

Het ministerie van Defensie in Bakoe, de hoofdstad van Azerbeidzjan, beschuldigde Armenië ervan te hebben geschoten op Azerbeidzjaanse steden. Zaterdag meldde de Azerbeidzjaanse president Ilham Aliyev opnieuw dat in Nagorno-Karabach meer grondgebied zou zijn veroverd, waaronder Shushi. Maar verovering van die stad wordt ontkend door Armenië.

De zware gevechten om Nagorno-Karabach zijn sinds 27 september gaande. Nagorno-Karabach, dat ongeveer 145.000 inwoners heeft, wordt gecontroleerd door Armeense strijdkrachten, maar wordt door de Verenigde Naties erkend als onderdeel van het overwegend islamitische Azerbeidzjan. Azerbeidzjan kan rekenen op de steun van Turkije in het conflict. Rusland is daarentegen de beschermende macht van Armenië.

De Nigeriaanse Generatie Z wil alles beter doen

Al wekenlang gaan jonge Nigerianen de straat op tegen excessief politiegeweld. Anders dan hun ouders durven ze eisen te stellen aan politici. 

geschreven door: Maral Noshad Sharifi22 oktober 2020 , NRC.nl

Wat begon als een protest tegen de zwaarbewapende SARS (Special Anti-Robbery Squad), een beruchte politie-eenheid die straffeloos onschuldige slachtoffers maakt, veranderde met de dag in een landelijke jongerenbeweging tegen de regering van president Mohammadu Buhari.

De meeste jongeren behoren tot de leeftijdsgroep die is geboren na 1990, ook wel Generatie Z genoemd, de opvolgers van de millennials. De #EndSARS-campagne werd een klankbord voor schrijnende persoonlijke verhalen over geweld, diefstal en intimidatie door de Nigeriaanse autoriteiten. De golf van protesten is al jaren niet zo groot geweest in het West-Afrikaanse land. 

De Nigeriaanse regering lijkt te schrikken van de hoeveelheid jongeren en hun vastberadenheid. Zelfs nadat de regering besloot SARS op te heffen, gingen de betogingen door. De jongeren vertrouwen de regering niet meer en zijn met velen: de gemiddelde leeftijd in Nigeria is 18 jaar. De bevolking is een van de snelst groeiende ter wereld en zal in 2050 naar verwachting de plek van de Verenigde Staten innemen als derde land ter wereld naar bevolking.

„Anders dan millennials zien ze sociale media niet alleen als plek waar ze foto’s over hun leven delen”, zegt onderzoeker Oluwaseyi Somefun„maar vooral als instrument om maatschappelijk impact mee te bereiken.” De afgelopen jaren zagen Nigeriaanse jongeren hun leeftijdgenoten in Zuid-Afrika strijden voor toegankelijk onderwijs en die in Soedan in opstand komen tegen de autoritaire leider Omar al-Bashir. „Ze denken, dit kunnen wij ook.”

Lees het hele artikel in het NRC

Het oude conflict tussen Armenië en Azerbeidzjan

Na de fluwelen revolutie in 2018 keerden hoopvolle Armeniërs terug naar hun vaderland. Nu de oorlog met buurland Azerbeidzjan oplaait, dringen gedachten aan de genocide zich op. Al helemaal omdat Turkije zich mengt in het conflict.
Azerbeidzjan heeft het internationaal recht aan zijn kant en toch lijkt de kans verkeken dat het land Nagarno-Karabach ooit op een vreedzame manier terugkrijgt. Met een groot defensiebudget en de aanmoediging van president Erdogan lijkt oorlog de beste optie…

In het centrum van de Armeense hoofdstad Jerevan hangen jonge vrijwilligers kruizen aan een tentstok. De houten kruisjes, gezegend door een plaatselijke priester, worden verstuurd naar soldaten aan het front in de bergregio Nagorno-Karabach. Naast een kruisje krijgen ze ook chocolade, groenten en douchegel.

Nagorno-Karabach behoort officieel tot buurland Azerbeidzjan. Maar de meeste inwoners zijn etnisch Armeens. Bovendien is het bestuur van Nagorno-Karabach sterk verweven met de autoriteiten in Jerevan. En dus vinden ze in Armenië dat Nagorno-Karabach bij Armenië hoort. Dat het internationaalrechtelijk anders uitpakt, heet hier algemeen ‘een vergissing van Stalin’, de Sovjetheerser waaraan deze regio haar landsgrenzen dankt.

Op de avond van 14 juli verzamelden tienduizenden Azerbeidzjanen zich op het Vrijheidsplein in Bakoe. Ze zouden die avond de grootste politieke demonstratie uit de recente Azerbeidzjaanse geschiedenis houden en het parlement bestormen. Hun eis aan de regering was helder: begin een oorlog tegen Armenië.

Oorlog is volgens veel Azerbeidzjanen de kansrijkste manier om Nagorno-Karabach binnen afzienbare tijd te herwinnen. Dankzij olieopbrengsten heeft het land een veel groter defensiebudget dan Armenië. Bovendien krijgt een Azerbeidzjaanse militaire campagne openlijk steun van de machtige bondgenoot Turkije. ‘We zullen aan de zijde van Azerbeidzjan blijven staan met al onze mogelijkheden en met ons hele hart’, zei de Turkse president Erdogan eerder deze maand. Hij riep op tot een spoedige ‘bevrijding’ van Nagorno-Karabach.

Op de trappen van het genocidemonument, hoog boven Jerevan, loopt de 30-jarige Marianne Grigorian met haar dochter van 6. Marianne woonde jarenlang in Rusland. Ook zij keerde terug naar Armenië omdat het daar zo goed leek te gaan. Als je vraagt waarom ze juist nu het monument bezocht, begint ze te huilen. ‘Mijn man is aan het front in Nagorno-Karabach.’
Ze heeft bedacht: nu is de tijd gekomen om de dochter van 6 te vertellen over de Armeense genocide van een eeuw geleden. ‘Je wilt deze dingen niet vertellen. Ze kan daar nachtmerries van krijgen. Maar straks wordt het verleden onze toekomst.

zie ook de documentaire van SinanCan “Bloedbroeders”

uit twee artikelen van de Volkskrant dd 22-10-2020
Ana van Es en Tom Vennink

VN-onderzoek naar Israelische apartheid

Een brief, ondertekend door 452 maatschappelijke groeperingen over de hele wereld, lanceert een wereldwijde campagne waarin de VN werd opgeroepen haar verantwoordelijkheid op zich te nemen voor het onderzoeken en uitroeien van de Israelische apartheid, net als bij de apartheid in zuidelijk Afrika.

In een gisteren vrijgegeven brief riepen 452 maatschappelijke groeperingen – vakbonden, bewegingen, politieke partijen en organisaties – uit tientallen landen over de hele wereld, de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties en haar lidstaten, die momenteel bijeenkomen in New York, op om de Israelische apartheid te onderzoeken en om gerichte sancties op te leggen om de Israelische apartheid en de illegale annexatie van Palestijns land te stoppen.

De brief markeert de lancering van een wereldwijde publiekscampagne waarin de VN wordt opgeroepen haar verantwoordelijkheid te nemen voor het onderzoek naar en de uitroeiing van het apartheidsregime van Israel, vergelijkbaar met de rol die het heeft gespeeld bij het beëindigen van de apartheid in zuidelijk Afrika.

De wereldwijde brief noemt “de toenemende erkenning van Israels handhaving van een apartheidsregime over het Palestijnse volk.” Het merkt op dat 47 onafhankelijke mensenrechtendeskundigen binnen de Verenigde Naties hebben verklaard dat de plannen van de Israelische regering om grote delen van de bezette Westelijke Jordaanoever illegaal te annexeren “een visie van een 21e-eeuwse apartheid” zouden vormen.

De brief, uitgebracht door de Palestijnse Raad voor Mensenrechtenorganisaties, ondersteunt de oproep van het Palestijnse maatschappelijk middenveld in mei tot sancties tegen Israel om de aanhoudende annexatie en apartheid te stoppen.

Palestijnse maatschappelijke groeperingen organiseren van 22 tot 28 september een wereldwijde actieweek tijdens de AVVN, gericht op de hashtag #UNInvestigateApartheid.

Bron:: BDSMovement.net

Carolien Roelants ontvangt vredesprijs 2020

Het Humanistisch Vredesberaad (HVB) heeft de ereprijs “Journalist voor de Vrede“ voor 2019/2020 toegekend aan CAROLIEN ROELANTS, columnist van het NRC.

Het juryrapport zegt dat Carolien Roelants als icoon en kundig Midden-Oosten analist voor vele lezers van haar column “Dwars een veel geprezen publiciste is.
In deze columns die zij na jaren redactioneel leiding van de rubriek buitenland van NRC ging schrijven, blijft zij nog altijd verrassen met haar persoonlijke en toegankelijke schrijfstijl en kennis over een van meest onrustige maar interessante delen van de wereld : het Midden Oosten.
Ook haar laatste boek dat in 2019 verscheen “Dwars door het Midden Oosten” biedt een scala aan overzichtelijke informatie over de mensen die daar wonen.

De prijs is uitgereikt op zaterdag 19 september in een bijeenkomst in het Stadstheater in Zoetermeer in samenwerking met het Interlevensbeschouwelijk Overleg Zoetermeer.

Voorafgaande aan de prijsuitreiking door de burgemeester van Zoetermeer, dhr. J.P. Lokker, werd een gedeelte van de documentaire van Rudi Vranckx “From Mosul with love” vertoond en een online interview met hem gehouden. De prijs werd “Corona proef” overhandigd aan Carolien Roelants. Tot slot werd Carolien Roelants gevraagd naar haar beweegreden van haar journalistieke werk.

De ereprijs voor de “Journalist voor de Vrede” wordt elke twee jaar door het Humanistisch Vredesberaad toegekend aan een journalist, programmamaker, publicist of cartoonist in het Nederlandse taalgebied die door onafhankelijke, objectieve en kritische berichtgeving bijgedragen heeft tot een cultuur van vrede en rechtvaardigheid.

Het einde van Palestina?

Joint letter by 1.080 parliamentarians from 25 European countries to European governments and leaders against Israeli annexation of West Bank Tekst vertaald uit de orginele publicatie

Wij, parlementariërs uit heel Europa, die zich inzetten voor een op regels gebaseerde wereldorde, delen onze ernstige bezorgdheid over het plan van president Trump voor het Israëlisch-Palestijnse conflict en het nakende vooruitzicht van Israëlische annexatie van het grondgebied van de Westelijke Jordaanoever. We maken ons grote zorgen over het precedent dat dit zou scheppen voor de internationale betrekkingen in het algemeen.
Al decennia lang promoot Europa een rechtvaardige oplossing voor het Israëlisch-Palestijnse conflict in de vorm van een tweestatenoplossing, in overeenstemming met het internationaal recht en relevante resoluties van de VN-Veiligheidsraad. Helaas wijkt het plan van president Trump af van internationaal overeengekomen parameters en principes. Het bevordert effectief permanente Israëlische controle over een gefragmenteerd Palestijns grondgebied, laat de Palestijnen geen soevereiniteit en geeft groen licht aan Israël om eenzijdig een groot deel van de Westelijke Jordaanoever te annexeren

Overeenkomstig het Trump-plan stelt het nieuwe regeerakkoord van Israël dat de regering met annexatie kan doorgaan op 1 juli 2020. Een dergelijke stap zal de vooruitzichten van de Israëlisch-Palestijnse vrede fataal zijn en zal de meest elementaire normen die internationaal betrekkingen, waaronder het VN-Handvest.
We zijn diep bezorgd over de impact van annexatie op het leven van Israëli’s en Palestijnen, evenals het destabiliserende potentieel in een regio voor de deur van ons continent. Deze zorgen zijn niet minder ernstig in een tijd waarin de wereld worstelt met de COVID-19-pandemie, de grootste collectieve noodsituatie waarmee we al decennia te maken hebben.

Toegevoegd: De meeste van deze nieuwe outposts dateren van sinds de tijd dat Trump president van de Verenigde Staten is. bron: https://peacenow.org.il/en/cabinet-approved-700-units-for-palestinians-last-year-in-practice-only-6-were
Teken de petitie

Als waardering voor Europa’s langetermijnengagement voor een vreedzame oplossing van het Israëlisch-Palestijnse conflict, vragen we de Europese leiders om daadkrachtig op te treden in antwoord op deze uitdaging. Europa moet het voortouw nemen bij het samenbrengen van internationale actoren om annexatie te voorkomen en de vooruitzichten van de tweestatenoplossing en een rechtvaardige oplossing voor het conflict veilig te stellen.
Europese vertegenwoordigers, waaronder de hoge vertegenwoordiger van de EU, Josep Borrell, hebben verklaard dat annexatie “niet onomstreden kon verlopen”. Wij staan hier volledig achter: het verwerven van grondgebied met geweld heeft geen plaats in 2020 en moet evenredige gevolgen hebben. Het niet adequaat reageren zou andere staten met territoriale aanspraken aanmoedigen om de basisbeginselen van het internationaal recht te negeren. De op regels gebaseerde wereldorde staat centraal in Europa’s eigen stabiliteit en veiligheid op lange termijn. We hebben een diepgaand belang en verantwoordelijkheid om het te beschermen.
Een duurzame oplossing voor het conflict moet voldoen aan de legitieme ambities en veiligheidsbehoeften en gelijke rechten van zowel Israëli’s als Palestijnen garanderen. Europa heeft de diplomatieke instrumenten om dit rechtvaardige doel te bevorderen en we staan klaar om dergelijke inspanningen te ondersteunen.

Wereldwijde uitgave aan kernwapens 2019

Het VN-Verdrag inzake het verbod op kernwapens

     De Internationale Campagne voor het Afschaffen van Kernwapens (International Campaign to Abolish Nuclear Weapons, ICAN) en haar partners hadden er al tien jaar lang voor gepleit. En op 7 juli 2017 keurde een overweldigende meerderheid van de landen van de wereld een verdrag goed dat een mijlpaal betekende: een wereldwijd akkoord om kernwapens te ver-bieden, officieel bekend als het VN-Verdrag inzake het Verbod op Kernwapens (UN Treaty on the Prohibition  of Nuclear Weapons, TPNW).

Dit verdrag verbiedt naties kernwapens te ontwikkelen, er proeven mee te nemen, ze te fabriceren, te vervoeren, te bezitten, op te slaan, te gebruiken of met het gebruik ervan te dreigen. Het verbiedt de landen ook toe te laten dat kernwapens op hun grondgebied worden gestationeerd. Tevens is het verboden anderen bij te staan bij, aan te moedigen tot of aan te zetten tot activiteiten als deze.

     Een natie die over kernwapens beschikt kan zich bij het verdrag aansluiten op voorwaarde dat ze toezegt deze te vernietigen volgens een juridisch bindend plan met een tijdslimiet. Evenzo kan een natie toetreden die de kernwapens van een andere natie op haar grondgebied huisvest, mits zij toezegt deze binnen een concreet aangegeven termijn te verwijderen. 
Naties zijn verplicht hulp te bieden aan alle slachtoffers van het gebruik en het beproeven van kernwapens en maatregelen te nemen om de besmette gebieden te saneren.  De preambule van het verdrag erkent de schade die wordt geleden door kernwapens, met inbegrip van de onevenredige effecten voor vrouwen en meisjes, en op inheemse volkeren overal op de wereld.

Het TPNW treedt in werking zodra 50 landen het hebben geratificeerd of ertoe zijn toegetreden.

In het rapport “Enough is Enough: 2019”, gepubliceerd door bovengenoemde ICAN, wordt gesignaleerd dat in 2019 naar schatting ca 72,9 miljard dollar is bersteed aan het ontwikkelen en instandhouden van kernwapens. De VS hebben hierin het grootste aandeel.

In een persbericht van 30 mei jl. signaleert de NVMP (Artsen voor Vrede) dat Nederland geen zeggenschap heeft bedongen over het gebruik van de kernwapens die opgeslagen liggen op de vliegbasis Volkel.
De NVMP refereert aan het regeerakkoord dat bepaalt dat Nederland zich actief inzet voor een kernwapenvrije wereld.
Een motie van SP’er Van Leemput, gesteund door de PvdA en GroenLinks, waarin de regering gevraagd wordt in het licht van het regeeerakkoord een plan te formuleren t.a.v het beleid inzake kernwapens wordt nog steeds niet in stemming gebracht. De reden: te weinig steun bij de coalitiepartijen.
Ook al wordt thans onze aandacht afgeleid door de coronacrisis, het blijft noodzakelijk te streven naar een kernvrije wereld, zeker met het oog op de herdenking van de atoombommen die 75 jaar geleden op Hirosjima en Nagasaki vielen.

Turkije doet strijd in Libië kantelen

LIBISCHE TROEPEN VECHTEN TEGEN STRIJDERS VAN HAFTAR IN DE REGIO SALAHADDIN. 

Het conflict in Libië heeft een nieuwe wending gekregen sinds de Turkse premier Erdogan zich ermee bemoeit. De voorheen kwakkelende Libische premier Sarraj wint terrein, al lijkt het einde van de oorlog nog niet in zicht.
Uit een artikel van ANA VAN ES, de Volkskrant van 20/05-2020
Met Turkse steun lijkt de Libische premier Fayez al Sarraj onverwacht aan de winnende hand in zijn land. Hij rukt op langs de grens met Tunesië, terwijl de troepen van zijn rivaal zich terugtrekken uit de hoofdstad Tripoli.

Het olierijke Libië is sinds de val van alleenheerser Moammar Kadhafi in 2011 in de greep van een slepende strijd om de macht. Maar waar die vroeger vooral werd uitgevochten door Libiërs zelf, zijn het tegenwoordig buitenlandse spelers die de uitkomst bepalen. ‘De drijfveren van de huidige oorlog zijn buitenlands,’ zegt Jalel Harchaoui, Libië-expert bij denktank Clingendael.

De Turkse president Recep Tayyip Erdogan wil zijn positie in het Middellandse Zee-gebied versterken. Bovendien is Erdogan geïnteresseerd in onderzeese gasvelden ten noorden van Libië. Geavanceerde drones en andere moderne wapens zijn daarom sinds begin dit jaar vanuit Turkije verscheept naar Sarraj in Tripoli. Erdogan leverde hem ook duizenden huurlingen.
Sarraj, de door de VN aangewezen premier van Libië die al jaren wankelt, blijkt dankzij de Turkse steun opgewassen tegen de troepen van Khalifa Haftar, zijn tegenstander uit de oostelijke stad Benghazi met wie hij sinds vorig jaar in oorlog is. Haftar wordt op zijn beurt gesteund door de Verenigde Arabische Emiraten.

De Europese Unie stelt officieel dat militair ingrijpen in Libië ‘geen oplossing’ biedt. Om de smokkel van wapens naar het land te stoppen, heeft de EU onlangs een nieuwe militaire operatie afgekondigd in de Middellandse Zee, genaamd Irini. Het zou moeten gaan om een ‘duidelijke bijdrage om vrede te bevorderen’ in Libië. In de praktijk lijkt de nieuwe EU-missie echter vooral een poging om de Turkse wapenleveranties aan Sarraj te blokkeren, terwijl die aan Haftar ongehinderd kunnen passeren. De EU controleert namelijk alleen schepen en geen vliegtuigen. ‘Haftar krijgt zijn wapens uit de Emiraten per vrachtvliegtuig’, zegt Harchaoui. ‘Europa kijkt niet naar deze vliegtuigen.’
Lees het hele artikel van Ana van Es