Kruisraket Rusland Een nieuwe wapenwedloop?

Uit een artikel van Stieven Ramdhari; De Volkskrant 6 december 2018.

Rusland heeft onlangs opnieuw ontkend dat het beschikt over een verboden kruisraket. Maar wat moeten we precies vrezen van de ge­heimzinnige SSC-8?

Om wat voor een raket gaat het?

Volgens de VS is de SSC-8 een kruisraket met een bereik van tussen de 500 en 5.500 kilometer. Deze zou al op twee bases operationeel zijn. Als dit klopt, dan overtreedt Moskou het 31 jaar oude INF-verdrag dat alle op land gestationeerde middellange-afstandsraketten verbiedt. Dank­zij dit succesvolle wapenbeheersingsverdrag werd Europa in de jaren tachtig bevrijd van een groot gevaar: ruim tweeduizend Russische en Amerikaanse middellange-afstandsraketten werden vernietigd. De nieuwe raket, die door de Russen de Novator 9M729 wordt ge­noemd, zou een landversie zijn van de Kalibr-kruisraket waarover de Russische marine beschikt. Moskou vuurde de Kalibr de afgelopen ja­ren voor het eerst af tijdens aanvallen op doelwitten van rebellen in Syrië. Volgens het INF-verdrag zijn vanuit marineschepen en bom­menwerpers afgevuurde kruisraketten wél toegestaan.

Bereik kruisraket

Hoe weten de VS dat de nieuwe raket bestaat?

Al jaren doen geruchten de ronde dat de Russen in het geniep werken aan de kruisraket. In 2014 beschuldigde de regering-Obama Moskou voor het eerst officieel ervan dat het met de SSC-8 het INF-verdrag had geschonden. De VS stelden de Navo-bondgenoten op de hoogte dat Rusland de raket zelfs al had getest.
Vorig jaar meldde The New York Times op basis van Amerikaanse in­lichtingen dat de Russen een stap verder waren gegaan en de SSC-8 hadden gestationeerd. Twee raketeenheden zouden over de SSC-8 be­schikken. Moskou noemde de Amerikaanse beschuldigingen echter ‘ongegrond’. De raket zou geen groter bereik hebben dan 500 kilome­ter en was volgens de Russen niet in strijd met het INF-verdrag.Vanuit Moskou kan de SSC-8 geheel Europa bestrijken.

Waarom zouden de Russen de SSC-8 willen hebben?

Moskou beschikt over genoeg kernwapens, zo’n 4.500, om Europa te treffen in geval van oorlog. Onder andere vanuit onderzeeboten kun­nen steden als Berlijn en Parijs met gemak bedreigd worden. Een mili­taire noodzaak voor de SSC-8 op het Europese slagveld is er dus niet.
De nieuwe kruisraket zou vooral bedoeld zijn om Ruslands tegenstan­ders en concurrenten in Azië af te schrikken, in het bijzonder China. Gestationeerd in het oosten van Rusland, kan de SSC-8 geheel China bestrijken. Beijing kan nu ongestoord aan middellange-afstandsraket-ten werken, omdat het niet valt onder het INF-verdrag.Hoe kan Europa zich beschermen?

Hoe kan Europa zich beschermen?

De VS beschikken sinds enkele jaren in Europa over een beperkt raket­schild. Dit systeem werd ooit opgezet om met Aegis-schepen, radars en onderscheppingsraketten (in Polen en Roemenië) Europa te be­schermen tegen het gevaar van middellange-afstandsraketten van landen als Iran.
Ook beschikken diverse Navo-landen over Patriot-raketten, die in de jaren negentig met wisselend succes werd ingezet tegen de Iraakse Scuds van Russische makelij. De Patriot is nu flink verbeterd en effec­iever. Maar het raketschild en de Patriot zijn vooral geschikt voor het uitschakelen van grote ballistische raketten. Het tijdig ontdekken en vernietigen van de kleine, laagvliegende kruisraketten is voor veel landen nog altijd een groot probleem.
Als Moskou niet inbindt, kunnen de VS reageren door ook met een ei­gen middellange-afstandsraket te komen. De regering-Trump heeft al hiermee gedreigd. Dit zou definitief het einde betekenen van het INF-verdrag en het begin inluiden van een nieuwe wapenwedloop tussen beide supermachten. De Russische president Poetin waarschuwde woensdag dat hij niet zal toekijken als de VS een middellange-af­standsraket zullen ontwikkelen. ‘Wij zullen hetzelfde doen’, aldus Poetin.

Nieuw (kern) wapenwedloop?

Ingezonden brief NRC 30 november 2018 van Mark Akkerman

Minister Blok (Buitenlandse Zaken, VVD) wijst met de beschuldigende vinger naar Rusland, dat zich niet aan het INF-verdrag met de VS zou houden. Volgens Blok heeft Rusland een „grondgelanceerd kruisvluchtwapen” ontwikkeld, wat onder het verdrag verboden is.

Hij schrijft aan de Tweede Kamer dat deze schending „niet onbeantwoord kan blijven” en er mogelijk sprake zal zijn van vervolgstappen inzake wapenbeheersing. Een gevaarlijke én hypocriete insteek. Niet alleen Rusland, maar alle kernwapenstaten zijn bezig hun nucleaire arsenalen te vernieuwen, ‘beter’ inzetbare kernwapens te ontwikkelen en mogelijk kernwapengebruik een centraler onderdeel van militaire strategieën te maken.

Dit alles leidt tot een lagere drempel voor daadwerkelijke inzet. De Nederlandse regering doet hier hard aan mee door de verouderde Amerikaanse atoombommen op vliegbasis Volkel te laten vervangen door nieuwe, beter inzetbare kernwapens, het nieuwe gevechtsvliegtuig F-35 (JSF) een kernwapentaak te geven en zich tegen het internationaal kernwapenverbod te keren. Ze legt hierbij consequent de wens van een Kamermeerderheid voor het verwijderen van de Amerikaanse kernwapens en het afzien van die kernwapentaak naast zich neer.

De wereld is niet gebaat bij een nieuwe kernwapenwedloop. In plaats van enkel Rusland aan te spreken zou de regering zelf het goede voorbeeld moeten geven door concrete stappen richting nucleaire ontwapening te zetten en NAVO-bondgenoten van hetzelfde te overtuigen.

Mark Akkerman
onderzoeker bij Stop Wapenhandel

“Dit is Saudi-Arabië first”

Verdeeldheid binnen Republikeinse partij over Trumps gevlei van Saudische kroonprins.

Dat de Amerikaanse president Donald Trump weigert om actie te ondernemen tegen Saudi-Arabië naar aanleiding van de moord op journalist Jamal Khashoggi valt niet in goede aarde bij veel van zijn Republikeinse partijgenoten. Zij waarschuwen voor gevaarlijke gevolgen en vrezen dat de VS hun “morele stem verloren hebben”.

Volgens Trump is er onvoldoende bewijs dat de Saudische kroonprins Mohammed bin Salman de opdracht gaf voor de moord op Khashoggi. De journalist gold als een van zijn grootste critici. Daarmee gaat Trump in tegen de conclusies van de CIA, die op basis van onderschepte telefoontjes vaststelde dat de kroonprins de executie had bevolen.

“Misschien moet de wereld verantwoordelijk gehouden worden, want de wereld is een gemene plek. De wereld is een heel erg gemene plek”, zei de Amerikaanse president vandaag tijdens een ontmoeting met journalisten aan zijn buitenverblijf Mar-a-Lago in Florida.

Trump verzette zich ook tegen de kritiek dat zijn weigering om maatregelen te treffen tegen de Saudi’s andere overheden zal inspireren om achter journalisten aan te gaan en mensenrechten te schenden. Volgens Trump is het Arabische koninkrijk een belangrijke bondgenoot die heeft geholpen in het drukken van de brandstofprijzen.

Volgens senator Rand Paul plaatst Trump hiermee niet ‘America First’, maar ‘Saudi Arabia First’, schreef hij op Twitter. Paul schaart zich dan ook achter een wetsvoorstel dat een wapenverkoop aan Saudi-Arabië ter waarde van 110 miljard dollar wil tegenhouden. “We moeten op zijn minst Saudi-Arabië NIET belonen met onze gesofisticeerde wapens die zij op hun beurt gebruiken om burgers te bombarderen”, tweette hij dinsdag. “Ik zal me blijven inzetten voor wetgeving om de Saudische wapenverkoop en de oorlog in Jemen te stoppen.”

Senator Bob Corker, de Republikeinse voorzitter van de senaatscommissie Buitenlandse Zaken, is naar eigen zeggen “verrast” door Trumps uitspraken. “Het bracht ons land naar een dieptepunt op moreel vlak”, reageert hij. “Wat de president in feite zei was: ‘als je me uitgebreid bewierookt en veel geld aan ons land geeft, dan zullen we de andere richting uitkijken wat betreft jullie moorden op journalisten en andere zaken’.”

Trump argumenteerde dinsdag dat het opzeggen van de wapendeal met Saudi-Arabië alleen maar in het voordeel zou zijn van Rusland en China. Bovendien hebben de VS het land ook nodig als tegengewicht voor Iran, om het extremisme in de regio aan te pakken en de olieprijzen stabiel te houden, zei hij.

Saoedi-Arabië en de hongersnood in Jemen

Vergeet niet de échte tirannie van Saoedi-Arabië: de hongersnood in Jemen

Terecht is de moord op journalist Khashoggi wereldnieuws. Minder aandacht is er voor de aanstaande ‘ergste hongersnood in 100 jaar’ in Jemen, terwijl de feiten minstens even gruwelijk zijn, betoogt historicus Ingrid de Zwarte. Het staken van wapenleveranties aan Saoedi-Arabië is niet genoeg om deze crisis te lijf te gaan.

Hongersnood te voorkomen

De hongersnood in Jemen is namelijk puur politiek. Alle hongersnoden de afgelopen eeuw zijn ofwel bewust veroorzaakt of niet tijdig voorkomen door falende regeringen of oorlogsvoering. Met de globalisering van de voedselvoorziening is voedselhulp in theorie altijd mogelijk en hongersnood dus te voorkomen. In Jemen spelen luchtbombardementen een grote rol in de hongersnood. Zo toont een recent rapport dat de Saoedisch-geleide coalitiebombardementen bewust de voedselproductie en -distributie op het Jemenitische platteland en visserijen langs de Rode Zeekust aanvallen.

De hoofdoorzaak van de hongersnood is echter de lucht-, land- en zeeblokkade van Jemen, die is ingesteld door de Saoedisch-geleide Arabische coalitie, gesteund door de Amerikanen en Britten. De coalitie laat slechts beperkt humanitaire hulpgoederen toe, terwijl commerciële zendingen vrijwel geheel worden tegengehouden. Omdat Jemen vóór de burgeroorlog en blokkade voor zo’n 90 procent afhankelijk was van voedselimporten, zijn de gevolgen van deze economische blokkade catastrofaal.

Als de VN waarschuwen voor de ‘ergste humanitaire crisis sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog’, dan is het goed om even terug te gaan naar de oorzaken van eerdere hongersnoden. Ook tijdens WO II waren humanitaire overwegingen en militaire strategieën voortdurend met elkaar in conflict. De Britten hadden een rotsvast geloof in de economische blokkade van bezet Europa: een strategie die moest voorkomen dat voedsel in Duitse handen zou vallen. Maar dit betekende ook dat voedselhulp nooit een geallieerde eindoverwinning in gevaar mocht brengen. De hongersnoden in Griekenland, Bengalen, maar ook in Nederland tijdens de Hongerwinter waren het onbedoelde gevolg van deze economische oorlogsvoering. De geschiedenis laat zien dat voedselblokkades een beproefde oorlogsstrategie zijn en de situatie in Jemen dus geenszins uniek is, ook niet voor het Westen.

Ingrid de Zwarte
Uit de Volkskrant van 23 oktober 2018

Lees het hele artikel.

Top over Syrië op 27 oktober

Begin wederopbouw van Syrië en terugkeer van vluchtelingen?

De oorlog in Syrië duurt nu zeven jaar, langer dan wie dan ook in 2011 voor mogelijk heeft gehouden. De resultaten zijn verschrikkelijk. Er vielen een paar honderdduizend doden, 6,3 miljoen Syriërs leven als vluchteling in andere landen, 6 miljoen anderen zijn verjaagd door het geweld en leven binnen de landsgrenzen, ook onder erbarmelijke omstandigheden. Iedereen die dit een onverdragelijke situatie vindt zit met twee grote vragen. 1. Is het einde van dit oorlogsdrama in zicht? 2. Zo ja, hoe realistisch is het om te hopen de terugkeer van de vluchtelingen en de daarvoor noodzakelijke opbouw van de verwoeste steden?

De top in Istanboel

Gisteren, zaterdag 27 oktober vond in Istanboel een top over Syrië plaats. De Turkse president Erdogan heeft daarvoor de Russische, Franse en Duitse leiders Poetin, Macron en Merkel uitgenodigd. Wat kan dit betekenen voor de bevolking van Syrië? Er is hoop en helaas ook reden voor terughoudendheid. Hoop kan om te beginnen worden ontleend aan het ervaringsfeit dat vier leiders van invloedrijke landen, los van de vraag hoe democratisch elk van hen is, alleen bijeenkomen als zij de verwachting hebben met een resultaat te kunnen komen. Van buitenaf gezien liggen de belangen als volgt. Rusland heeft er in grote delen van Syrië voor gezorgd dat de vijanden van de Syrische dictator Assad zijn verslagen. Maar Rusland heeft geen geld om de chaos te keren die dreigt als miljoenen mensen willen terugkeren naar de puinhopen die zij hebben achter gelaten. De Europeanen hebben dat geld in principe wel. De Europese Unie, Frankrijk en Duitsland voorop, hebben belang bij stabiliteit en geen nieuwe vluchtelingenstromen. Ook Turkije dat drie miljoen Syrische vluchtelingen herbergt, wil rust en wederopbouw.

Is het einde van de oorlog in zicht?

Wat de tweede vraag betreft zijn er drie belangrijke obstakels die tot terughoudendheid manen. De belangrijkste is dat de Verenigde Staten in het oosten van Syrië een strategisch gebied beheersen en niet graag zien dat Rusland, mogelijk samen met Europa, het in een stabiel Syrië voor het zeggen krijgt. Tot nu toe komt de samenwerking tussen de VS en Rusland die nodig is voor uiteindelijke stabiliteit, niet tot stand. Het tweede obstakel ligt in het noord-westen van Syrië: in de regio Idlib hebben zich de verslagen opstandelingen, islamisten en terreurgroepen gedwongen geconcentreerd en vermengen zich met honderdduizenden non-combattanten. Dus een aanval leidt tot een enorm bloedbad. Het derde probleem is eenvoudig te benoemen: Assad. Rusland wil hem waarschijnlijk wel kwijt maar probeert dat via een politiek proces, via het opstellen van een grondwet. Die moet er onder andere voor zorgen dat terugkerende vluchtelingen niet met een ‘bijltjesdag’ door Assads veiligheidsdiensten worden geconfronteerd. De inschatting van Poetin is dat hij daarvoor de EU nodig heeft.

Hoop op terugkeer en wederopbouw?

De uitkomst van de top in Istanboel is dus moeilijk te voorspellen. Merkel en Macron zullen hopelijk het einde van het presidentschap van dictator Assad kunnen inbouwen in eventueel te maken afspraken. Europa kan bij de opbouw van een nieuw Syrië (om minder gaat het niet) ook weer niet president Trump openlijk op de tenen gaan staan, althans dat zal de Syrische bevolking weinig helpen. Het is de vraag of de gemaakte afspraken allemaal openbaar worden. Zondag en maandag weten de Syriërs en wij iets meer.

Jan Schnerr, 27 oktober 2018

Blokkade wapenbedrijf Thales

Thales profiteert van oorlog, repressie, mensenrechtenschendingen én van tegenhouden vluchtelingen

Op 19 oktober blokkeerden activisten van Stop the War on Migrants! en de Anarchistische Anti-deportatie Groep Utrecht (AAGU) de ingangen van wapenbedrijf Thales in Hengelo (Haaksbergerstraat 49). Zij protesteerden met de actie tegen de rol van Thales (voorheen bekend als Holland Signaalapparaten (HSA)) in de zogenaamde ‘vluchtelingencrisis’.

Verschillende mensen hadden zich vastgeketend aan de toegangshekken van Thales, waardoor autoverkeer het bedrijfsterrein niet op kon. Anderen stonden met spandoeken bij de poorten en delen flyers uit aan werknemers. Bij de ingang aan de Haaksbergerstraat werd de lange lijst met vluchtelingen die de dood vonden aan de grenzen van ‘Fort Europa’ voorgelezen.

Thales Nederland levert onder meer communicatiesystemen voor Saoedische tanks, die ingezet worden in de verwoestende oorlog in Jemen, en radar voor schepen voor de Egyptische marine, betrokken bij de zeeblokkade van Jemen en bij geweld tegen vluchtelingenschepen.
Diverse landen in Noord-Afrika beschikken over marine- en kustwachtschepen voorzien van radarsystemen van Thales, die zij onder meer inzetten voor grensbewaking. Ook op Nederlandse schepen die deelnamen aan de militaire EU-grensbewakingsmissie Operatie Sophia, voor de kust van Libië, en diverse Frontex-operaties is radar van Thales te vinden. Door EU-lidstaten en derde landen, vaak met hulp van EU-financiering, te voorzien van middelen voor grensbewaking worden deze grenzen steeds verder gemilitariseerd. Hierdoor worden migranten gedwongen om steeds gevaarlijkere routes te nemen, vallen zij steeds vaker in handen van criminele mensensmokkelnetwerken en sterven migranten steeds vaker aan de grenzen van Europa en daarbuiten.
De woordvoerder van de activisten: “Thales en andere wapenbedrijven voorzien niet enkel in de behoeftes van Fort Europa, maar lobbyen ook actief op nationaal en Europees niveau voor het militariseren van de Europese grenzen en hebben op deze manier grote invloed op het Europese migratiebeleid. De wapenindustrie is er goed in geslaagd migratie eenzijdig als veiligheidsprobleem te framen en daarmee de weg vrij te maken voor de inzet van militaire middelen om dit te bestrijden.”

Stop the War on Migrants! is een campagne die dit jaar van start ging en zich richt tegen het Europese migratiebeleid, in het bijzonder wapenbedrijven zoals Thales en Airbus die grof verdienen aan de ellende van vluchtelingen. De groep organiseerde eerder protesten bij de Bedrijvendagen op de TU Delft, waar deze bedrijven prominent aanwezig waren, bij de jaarvergadering van Airbus in Amsterdam en bij de Schouwburg Hengelo (in samenwerking met de lokale stichting VEDAN), waar Thales een belangrijke sponsor van is. Op de Universiteit Twente werd eerder dit jaar een lunchlezing over de militarisering van Europese grenzen gehouden. AAGU voert al langere tijd actie tegen het Nederlandse vluchtelingenbeleid, met name tegen het detentiecentrum Kamp Zeist bij Soesterberg. Een recente campagne richtte zich tegen de gezinsgevangenis die hier gevestigd is.

Aldus het persbericht van Stop the War on Migrants, meer info – 0619238316

Palestijnen op de westelijke oever verder geisoleerd

Slag om bedoeïenendorp op Westoever

Israël staat op het punt het bedoeïenendorp Khan al-Ah-mar te slopen. Ook brede internationale druk lijkt dit niet tegen te kunnen houden. Volgens de Palestijnen ontneemt de verwoesting hun het zicht op Jeruzalem.

Naar  THEO KOELE; de Volkskrant 01-10-2018

Het Israëlische leger staat klaar voor de sloop van een bedoeïenendorp op de bezette Westelijke Jordaanoever. Maandag verstrijkt het ultima­tum aan de inwoners om hun tenten en hutten te verlaten. Niets wijst erop dat Israël luistert naar de talrijke internationale oproepen om het oord nabij Jeruzalem te sparen.

Het nietige Khan al-Ahmar, met nog geen tweehonderd inwoners, is strategisch gelegen aan een snelweg van Jeruzalem naar de Dode Zee. Naar verwachting wordt op het grondgebied een Joodse nederzetting uitgebreid, waardoor de Westoever en het Arabische deel van Jeruzalem van elkaar gescheiden worden.
Volgens Hanan Ashrawi, woordvoerder van de Palestijnse politieke elite, is verwoesting van het dorp een poging van Israël om de Palestijnen letterlijk en figuurlijk het zicht te ontnemen op Jeruzalem – de stad waarvan ze het oostelijk deel opeisen als hoofdstad van een toekomstige eigen staat.

Premier Netanyahu zei vorige week bij de VN dat alle bevolkingsgroepen in zijn land, inclusief bedoeïenen, gelijke rechten hebben. De inwoners van Khan al-Ahmar voelen zich evenwel tweederangsburgers. Israël heeft hun een vervangende locatie aangeboden, waar geen ruimte is voor hun veestapel en ze uitzicht hebben op een vuilnisbelt.

Lees het volledige artikel

Nederland in 2017 zevende grootste wapenexporteur ter wereld

Vorig jaar was Nederland de zevende grootste wapenexporteur ter wereld en werd voor ruim 800 miljoen euro aan wapenexportvergunningen afgegeven. Het Nederlands wapenexportbeleid is over het algemeen transparant en gericht op Europese harmonisatie. Maar Europa wordt ook als schaamlap gebruikt: als er geen Europese consensus is wordt het beleid niet aangescherpt. Dat schrijft Stop Wapenhandel in het vandaag verschenen rapport Nederlandse wapenexport, beleid en vergunningen 2017. Het rapport gaat vergezeld van een interactieve ‘Wapenexportkaart’, waarop te zien is waar Nederlandse wapenexporten sinds 1997 naar toe zijn gegaan.

Het aantal afwijzingen van vergunningaanvragen in 2017 bedroeg 15. De afgelopen jaren is het Nederlands wapenexportbeleid voor een aantal bestemmingslanden streng toegepast. Toch bleven ook in 2017 wapens uitgevoerd worden naar mensenrechtenschenders. Onder meer Colombia, Egypte, Indonesië, Maleisië, Pakistan, Thailand, Turkije en Turkmenistan stonden op de klantenlijst voor Nederlandse wapens. Nederland zou geen wapens moeten leveren aan landen waar mensenrechten worden geschonden, zeker niet als daarbij de krijgsmacht betrokken is.

Bijna de helft van de ongeveer 1.300 militaire exportvergunningen van 2017 heeft betrekking op onderdelen van wapens die in andere landen worden ingebouwd in grote systemen. Hierover wordt gebrekkig gerapporteerd, rapportage zou op zijn minst meer inzicht moeten geven voor welke specifieke wapensystemen de componenten worden verkocht. Een buitenlands wapenbedrijf dat Nederlandse militaire onderdelen assembleert tot een groter wapensysteem kan dit ongecontroleerd exporteren naar gevoelige bestemmingen, omdat Nederland de controle hierop uit handen geeft. Dit speelt bijvoorbeeld bij het nieuwe gevechtsvliegtuig F-35 (JSF), waar Nederland aan mee produceert maar waarbij de Verenigde Staten bepalen aan wie het verkocht wordt. Dat kunnen ook klanten zijn waar Nederland zelf niet aan zou willen leveren.

Het toestaan in 2017 van de grootschalige doorvoer van munitie uit Tsjechië via Rotterdam naar El Salvador en Togo, nota bene midden in een periode van interne onrust en veel politiegeweld, is onbegrijpelijk.

Export naar Jordanië van door de luchtmacht afgestoten F16’s blijft omstreden, mede vanwege de betrokkenheid bij de oorlog in Jemen. Inmiddels treffen bezuinigingen onder leiding van het IMF de uitgaven van Jordaanse gezinnen, maar niet de militaire uitgaven. Het is de vraag of dat bevorderlijk is voor de stabiliteit van het land.

Als een embargo tegen Saoedi-Arabië was ingesteld had de regering een instrument gehad om de export tegen te houden van SOTAS-communicatiesystemen van Thales voor Saoedische tanks. Los daarvan had het bedrijf zijn eigen verantwoordelijkheid moeten nemen en niet moeten leveren aan een land dat tanks inzet in Jemen.

Op de nieuwe Wapenexportkaart, die is ontwikkeld in samenwerking met Geodan, is één oogopslag te zien naar welke landen vanuit Nederland wapens uitgevoerd zijn sinds 1997. Voor elk jaar is zo snel te achterhalen waar Nederlandse wapens heen gegaan zijn en voor welke waarde.

Rudi Vranckx ontvangt vredesprijs 2018

Op 9 september jl. ontving Rudi Vranckx de ereprijs “Journalist voor de Vrede” 2017/2018 uit handen van Sinan Can, de vorige winnaar. Het juryrapport zegt dat hij zijn prijs ontving voor zijn omvangrijke verslaglegging uit een veelheid van conflictgebieden, van Venezuela tot Afghanistan, van Nigerië tot Mexico en van Roemenië tot Hongkong en Kongo heeft hij ons verslag gedaan op een wijze die ons dicht bij de getroffen bevolking brengt.

Bijzondere indruk maakt de indringende wijze waarop Rudi Vranckx ons meeneemt naar gebieden waar de groepering die zichzelf tot “Islamitische Staat” uitriep enige tijd heer en meester was. In zijn recente boek “Harde Tijden” toont hij aanschouwelijk niet alleen hoe bloedig de terreur van deze groep was in Libië, Syrië en Irak, maar ook dat veel moslims in deze landen aanvankelijk wellicht door de lokroep van I.S. verleid worden, maar vervolgens gaan inzien hoe vals het beroep  op de islamitische godsdienst is dat deze machtsbelusten doen. En zelfs con­cluderen dat het een reli­gieuze plicht is voor moslims om I.S. te bestrijden. Omdat I.S. het beeld van de islamitische godsdienst in de hele wereld besmeurt.

Lees verder in het jury rapport

Rudi Vranckx “Journalist voor de vrede” 2018

Het Humanistisch Vredesberaad (HVB) heeft de ereprijs “Journalist voor de Vrede“voor 2017/2018 toegekend aan RUDI VRANCKX, conflictjournalist van de VRT.

Het juryrapport zegt dat Rudi Vranckx al bijna 30 jaar met zijn reportages bijdraagt aan een cultuur van vrede en rechtvaardigheid door onvermoeibaar en met grote objectiviteit te tonen wat gewapende conflicten met mensen doen, en ook hoe mensen het vermogen kunnen ontwikkelen om de rampspoed te overleven.

De prijs is uitgereikt op zondag 9 september in een bijeenkomst in het Filmtheater Concordia te Enschede, in samenwerking met “Enschede voor Vrede”.

De prijs werd aan Rudi Vranckx uitgereikt door Sinan Can, de vorige prijswinnaar. De film “De verloren kinderen van het kalifaat” van Sinan Can werds vertoond, gevolgd door discussie.

De ereprijs voor de “Journalist voor de Vrede” wordt elke twee jaar door het Humanistisch Vredesberaad toegekend aan een journalist, programmamaker, publicist of cartoonist in het Nederlandse taalgebied die door onafhankelijke, objectieve en kritische berichtgeving bijgedragen heeft tot een cultuur van vrede en rechtvaardigheid.

***

JURYRAPPORT JOURNALIST VOOR DE VREDE 2018

Het Humanistisch Vredesberaad kent de tweejaarlijkse prijs “Journalist voor de Vrede” voor 2018 toe aan RUDI VRANCKX.

Al bijna dertig jaar draagt Rudi Vranckx bij aan een cultuur van vrede en recht­vaardigheid door ons met zijn reportages een spiegel voor te houden. Onvermoeibaar en met grote objectiviteit toont hij steeds weer wat gewapende conflicten met mensen doen, hoe zwaar mensen daardoor getroffen worden, maar ook hoe mensen het vermo­gen kunnen ontwikkelen om rampspoed te overleven.

Hij omschrijft zichzelf daarbij als “een chroniqueur van mensen in tijden en plaatsen van oorlog”. En hoe gerechtvaardigd dit is wordt snel duidelijk. Uit een veelheid van conflictgebieden, van Venezuela tot Afghanistan, van Nigerië tot Mexico en van Roemenië tot Hongkong en Kongo heeft hij ons verslag gedaan op een wijze die ons dicht bij de getroffen bevolking brengt. Wat in veel gevallen niet mogelijk ge­weest zou zijn zonder grote volharding en zonder persoonlijke moed. En natuurlijk ook niet zonder een ploeg zeer toegewijde medewerkers, wat ook vermelding verdient.

Bijzondere indruk maakt de indringende wijze waarop Rudi Vranckx ons meeneemt naar gebieden waar de groepering die zichzelf tot “Islamitische Staat” uitriep enige tijd heer en meester was. In zijn recente boek “Harde Tijden” toont hij aanschouwelijk niet alleen hoe bloedig de terreur van deze groep in Libië, Syrië en Irak was, maar ook hoe veel moslims in deze landen aanvankelijk wellicht door de lokroep van IS verleid worden, maar vervolgens gaan inzien hoe vals het beroep op de islamitische godsdienst is dat deze machtsbelusten doen. En zelfs con­cluderen dat het een reli­gieuze plicht is voor moslims om I.S. te bestrijden. Omdat I.S. het beeld van de islamitische godsdienst in de hele wereld besmeurt.

Rudi Vranckx ziet zijn journalistieke werk als onderdeel van “een offensief van de waarheid”. Want hij betoogt dat de journalistiek overbodig is zonder “een zo eerlijk mogelijke zoektocht naar inzicht en dus waarheid”. Ook het Humanistisch Vredes­beraad heeft de overtuiging “Rede brengt Vrede”. En zo kunnen wij van harte de ereprijs “Journalist voor de Vrede” toekennen aan Rudi Vranckx.