Top over Syrië op 27 oktober

Begin wederopbouw van Syrië en terugkeer van vluchtelingen?

De oorlog in Syrië duurt nu zeven jaar, langer dan wie dan ook in 2011 voor mogelijk heeft gehouden. De resultaten zijn verschrikkelijk. Er vielen een paar honderdduizend doden, 6,3 miljoen Syriërs leven als vluchteling in andere landen, 6 miljoen anderen zijn verjaagd door het geweld en leven binnen de landsgrenzen, ook onder erbarmelijke omstandigheden. Iedereen die dit een onverdragelijke situatie vindt zit met twee grote vragen. 1. Is het einde van dit oorlogsdrama in zicht? 2. Zo ja, hoe realistisch is het om te hopen de terugkeer van de vluchtelingen en de daarvoor noodzakelijke opbouw van de verwoeste steden?

De top in Istanboel

Gisteren, zaterdag 27 oktober vond in Istanboel een top over Syrië plaats. De Turkse president Erdogan heeft daarvoor de Russische, Franse en Duitse leiders Poetin, Macron en Merkel uitgenodigd. Wat kan dit betekenen voor de bevolking van Syrië? Er is hoop en helaas ook reden voor terughoudendheid. Hoop kan om te beginnen worden ontleend aan het ervaringsfeit dat vier leiders van invloedrijke landen, los van de vraag hoe democratisch elk van hen is, alleen bijeenkomen als zij de verwachting hebben met een resultaat te kunnen komen. Van buitenaf gezien liggen de belangen als volgt. Rusland heeft er in grote delen van Syrië voor gezorgd dat de vijanden van de Syrische dictator Assad zijn verslagen. Maar Rusland heeft geen geld om de chaos te keren die dreigt als miljoenen mensen willen terugkeren naar de puinhopen die zij hebben achter gelaten. De Europeanen hebben dat geld in principe wel. De Europese Unie, Frankrijk en Duitsland voorop, hebben belang bij stabiliteit en geen nieuwe vluchtelingenstromen. Ook Turkije dat drie miljoen Syrische vluchtelingen herbergt, wil rust en wederopbouw.

Is het einde van de oorlog in zicht?

Wat de tweede vraag betreft zijn er drie belangrijke obstakels die tot terughoudendheid manen. De belangrijkste is dat de Verenigde Staten in het oosten van Syrië een strategisch gebied beheersen en niet graag zien dat Rusland, mogelijk samen met Europa, het in een stabiel Syrië voor het zeggen krijgt. Tot nu toe komt de samenwerking tussen de VS en Rusland die nodig is voor uiteindelijke stabiliteit, niet tot stand. Het tweede obstakel ligt in het noord-westen van Syrië: in de regio Idlib hebben zich de verslagen opstandelingen, islamisten en terreurgroepen gedwongen geconcentreerd en vermengen zich met honderdduizenden non-combattanten. Dus een aanval leidt tot een enorm bloedbad. Het derde probleem is eenvoudig te benoemen: Assad. Rusland wil hem waarschijnlijk wel kwijt maar probeert dat via een politiek proces, via het opstellen van een grondwet. Die moet er onder andere voor zorgen dat terugkerende vluchtelingen niet met een ‘bijltjesdag’ door Assads veiligheidsdiensten worden geconfronteerd. De inschatting van Poetin is dat hij daarvoor de EU nodig heeft.

Hoop op terugkeer en wederopbouw?

De uitkomst van de top in Istanboel is dus moeilijk te voorspellen. Merkel en Macron zullen hopelijk het einde van het presidentschap van dictator Assad kunnen inbouwen in eventueel te maken afspraken. Europa kan bij de opbouw van een nieuw Syrië (om minder gaat het niet) ook weer niet president Trump openlijk op de tenen gaan staan, althans dat zal de Syrische bevolking weinig helpen. Het is de vraag of de gemaakte afspraken allemaal openbaar worden. Zondag en maandag weten de Syriërs en wij iets meer.

Jan Schnerr, 27 oktober 2018

Blokkade wapenbedrijf Thales

Thales profiteert van oorlog, repressie, mensenrechtenschendingen én van tegenhouden vluchtelingen

Op 19 oktober blokkeerden activisten van Stop the War on Migrants! en de Anarchistische Anti-deportatie Groep Utrecht (AAGU) de ingangen van wapenbedrijf Thales in Hengelo (Haaksbergerstraat 49). Zij protesteerden met de actie tegen de rol van Thales (voorheen bekend als Holland Signaalapparaten (HSA)) in de zogenaamde ‘vluchtelingencrisis’.

Verschillende mensen hadden zich vastgeketend aan de toegangshekken van Thales, waardoor autoverkeer het bedrijfsterrein niet op kon. Anderen stonden met spandoeken bij de poorten en delen flyers uit aan werknemers. Bij de ingang aan de Haaksbergerstraat werd de lange lijst met vluchtelingen die de dood vonden aan de grenzen van ‘Fort Europa’ voorgelezen.

Thales Nederland levert onder meer communicatiesystemen voor Saoedische tanks, die ingezet worden in de verwoestende oorlog in Jemen, en radar voor schepen voor de Egyptische marine, betrokken bij de zeeblokkade van Jemen en bij geweld tegen vluchtelingenschepen.
Diverse landen in Noord-Afrika beschikken over marine- en kustwachtschepen voorzien van radarsystemen van Thales, die zij onder meer inzetten voor grensbewaking. Ook op Nederlandse schepen die deelnamen aan de militaire EU-grensbewakingsmissie Operatie Sophia, voor de kust van Libië, en diverse Frontex-operaties is radar van Thales te vinden. Door EU-lidstaten en derde landen, vaak met hulp van EU-financiering, te voorzien van middelen voor grensbewaking worden deze grenzen steeds verder gemilitariseerd. Hierdoor worden migranten gedwongen om steeds gevaarlijkere routes te nemen, vallen zij steeds vaker in handen van criminele mensensmokkelnetwerken en sterven migranten steeds vaker aan de grenzen van Europa en daarbuiten.
De woordvoerder van de activisten: “Thales en andere wapenbedrijven voorzien niet enkel in de behoeftes van Fort Europa, maar lobbyen ook actief op nationaal en Europees niveau voor het militariseren van de Europese grenzen en hebben op deze manier grote invloed op het Europese migratiebeleid. De wapenindustrie is er goed in geslaagd migratie eenzijdig als veiligheidsprobleem te framen en daarmee de weg vrij te maken voor de inzet van militaire middelen om dit te bestrijden.”

Stop the War on Migrants! is een campagne die dit jaar van start ging en zich richt tegen het Europese migratiebeleid, in het bijzonder wapenbedrijven zoals Thales en Airbus die grof verdienen aan de ellende van vluchtelingen. De groep organiseerde eerder protesten bij de Bedrijvendagen op de TU Delft, waar deze bedrijven prominent aanwezig waren, bij de jaarvergadering van Airbus in Amsterdam en bij de Schouwburg Hengelo (in samenwerking met de lokale stichting VEDAN), waar Thales een belangrijke sponsor van is. Op de Universiteit Twente werd eerder dit jaar een lunchlezing over de militarisering van Europese grenzen gehouden. AAGU voert al langere tijd actie tegen het Nederlandse vluchtelingenbeleid, met name tegen het detentiecentrum Kamp Zeist bij Soesterberg. Een recente campagne richtte zich tegen de gezinsgevangenis die hier gevestigd is.

Aldus het persbericht van Stop the War on Migrants, meer info – 0619238316

Palestijnen op de westelijke oever verder geisoleerd

Slag om bedoeïenendorp op Westoever

Israël staat op het punt het bedoeïenendorp Khan al-Ah-mar te slopen. Ook brede internationale druk lijkt dit niet tegen te kunnen houden. Volgens de Palestijnen ontneemt de verwoesting hun het zicht op Jeruzalem.

Naar  THEO KOELE; de Volkskrant 01-10-2018

Het Israëlische leger staat klaar voor de sloop van een bedoeïenendorp op de bezette Westelijke Jordaanoever. Maandag verstrijkt het ultima­tum aan de inwoners om hun tenten en hutten te verlaten. Niets wijst erop dat Israël luistert naar de talrijke internationale oproepen om het oord nabij Jeruzalem te sparen.

Het nietige Khan al-Ahmar, met nog geen tweehonderd inwoners, is strategisch gelegen aan een snelweg van Jeruzalem naar de Dode Zee. Naar verwachting wordt op het grondgebied een Joodse nederzetting uitgebreid, waardoor de Westoever en het Arabische deel van Jeruzalem van elkaar gescheiden worden.
Volgens Hanan Ashrawi, woordvoerder van de Palestijnse politieke elite, is verwoesting van het dorp een poging van Israël om de Palestijnen letterlijk en figuurlijk het zicht te ontnemen op Jeruzalem – de stad waarvan ze het oostelijk deel opeisen als hoofdstad van een toekomstige eigen staat.

Premier Netanyahu zei vorige week bij de VN dat alle bevolkingsgroepen in zijn land, inclusief bedoeïenen, gelijke rechten hebben. De inwoners van Khan al-Ahmar voelen zich evenwel tweederangsburgers. Israël heeft hun een vervangende locatie aangeboden, waar geen ruimte is voor hun veestapel en ze uitzicht hebben op een vuilnisbelt.

Lees het volledige artikel

Nederland in 2017 zevende grootste wapenexporteur ter wereld

Vorig jaar was Nederland de zevende grootste wapenexporteur ter wereld en werd voor ruim 800 miljoen euro aan wapenexportvergunningen afgegeven. Het Nederlands wapenexportbeleid is over het algemeen transparant en gericht op Europese harmonisatie. Maar Europa wordt ook als schaamlap gebruikt: als er geen Europese consensus is wordt het beleid niet aangescherpt. Dat schrijft Stop Wapenhandel in het vandaag verschenen rapport Nederlandse wapenexport, beleid en vergunningen 2017. Het rapport gaat vergezeld van een interactieve ‘Wapenexportkaart’, waarop te zien is waar Nederlandse wapenexporten sinds 1997 naar toe zijn gegaan.

Het aantal afwijzingen van vergunningaanvragen in 2017 bedroeg 15. De afgelopen jaren is het Nederlands wapenexportbeleid voor een aantal bestemmingslanden streng toegepast. Toch bleven ook in 2017 wapens uitgevoerd worden naar mensenrechtenschenders. Onder meer Colombia, Egypte, Indonesië, Maleisië, Pakistan, Thailand, Turkije en Turkmenistan stonden op de klantenlijst voor Nederlandse wapens. Nederland zou geen wapens moeten leveren aan landen waar mensenrechten worden geschonden, zeker niet als daarbij de krijgsmacht betrokken is.

Bijna de helft van de ongeveer 1.300 militaire exportvergunningen van 2017 heeft betrekking op onderdelen van wapens die in andere landen worden ingebouwd in grote systemen. Hierover wordt gebrekkig gerapporteerd, rapportage zou op zijn minst meer inzicht moeten geven voor welke specifieke wapensystemen de componenten worden verkocht. Een buitenlands wapenbedrijf dat Nederlandse militaire onderdelen assembleert tot een groter wapensysteem kan dit ongecontroleerd exporteren naar gevoelige bestemmingen, omdat Nederland de controle hierop uit handen geeft. Dit speelt bijvoorbeeld bij het nieuwe gevechtsvliegtuig F-35 (JSF), waar Nederland aan mee produceert maar waarbij de Verenigde Staten bepalen aan wie het verkocht wordt. Dat kunnen ook klanten zijn waar Nederland zelf niet aan zou willen leveren.

Het toestaan in 2017 van de grootschalige doorvoer van munitie uit Tsjechië via Rotterdam naar El Salvador en Togo, nota bene midden in een periode van interne onrust en veel politiegeweld, is onbegrijpelijk.

Export naar Jordanië van door de luchtmacht afgestoten F16’s blijft omstreden, mede vanwege de betrokkenheid bij de oorlog in Jemen. Inmiddels treffen bezuinigingen onder leiding van het IMF de uitgaven van Jordaanse gezinnen, maar niet de militaire uitgaven. Het is de vraag of dat bevorderlijk is voor de stabiliteit van het land.

Als een embargo tegen Saoedi-Arabië was ingesteld had de regering een instrument gehad om de export tegen te houden van SOTAS-communicatiesystemen van Thales voor Saoedische tanks. Los daarvan had het bedrijf zijn eigen verantwoordelijkheid moeten nemen en niet moeten leveren aan een land dat tanks inzet in Jemen.

Op de nieuwe Wapenexportkaart, die is ontwikkeld in samenwerking met Geodan, is één oogopslag te zien naar welke landen vanuit Nederland wapens uitgevoerd zijn sinds 1997. Voor elk jaar is zo snel te achterhalen waar Nederlandse wapens heen gegaan zijn en voor welke waarde.

Rudi Vranckx ontvangt vredesprijs 2018

Op 9 september jl. ontving Rudi Vranckx de ereprijs “Journalist voor de Vrede” 2017/2018 uit handen van Sinan Can, de vorige winnaar. Het juryrapport zegt dat hij zijn prijs ontving voor zijn omvangrijke verslaglegging uit een veelheid van conflictgebieden, van Venezuela tot Afghanistan, van Nigerië tot Mexico en van Roemenië tot Hongkong en Kongo heeft hij ons verslag gedaan op een wijze die ons dicht bij de getroffen bevolking brengt.

Bijzondere indruk maakt de indringende wijze waarop Rudi Vranckx ons meeneemt naar gebieden waar de groepering die zichzelf tot “Islamitische Staat” uitriep enige tijd heer en meester was. In zijn recente boek “Harde Tijden” toont hij aanschouwelijk niet alleen hoe bloedig de terreur van deze groep was in Libië, Syrië en Irak, maar ook dat veel moslims in deze landen aanvankelijk wellicht door de lokroep van I.S. verleid worden, maar vervolgens gaan inzien hoe vals het beroep  op de islamitische godsdienst is dat deze machtsbelusten doen. En zelfs con­cluderen dat het een reli­gieuze plicht is voor moslims om I.S. te bestrijden. Omdat I.S. het beeld van de islamitische godsdienst in de hele wereld besmeurt.

Lees verder in het jury rapport

Rudi Vranckx “Journalist voor de vrede” 2018

Het Humanistisch Vredesberaad (HVB) heeft de ereprijs “Journalist voor de Vrede“voor 2017/2018 toegekend aan RUDI VRANCKX, conflictjournalist van de VRT.

Het juryrapport zegt dat Rudi Vranckx al bijna 30 jaar met zijn reportages bijdraagt aan een cultuur van vrede en rechtvaardigheid door onvermoeibaar en met grote objectiviteit te tonen wat gewapende conflicten met mensen doen, en ook hoe mensen het vermogen kunnen ontwikkelen om de rampspoed te overleven.

De prijs is uitgereikt op zondag 9 september in een bijeenkomst in het Filmtheater Concordia te Enschede, in samenwerking met “Enschede voor Vrede”.

De prijs werd aan Rudi Vranckx uitgereikt door Sinan Can, de vorige prijswinnaar. De film “De verloren kinderen van het kalifaat” van Sinan Can werds vertoond, gevolgd door discussie.

De ereprijs voor de “Journalist voor de Vrede” wordt elke twee jaar door het Humanistisch Vredesberaad toegekend aan een journalist, programmamaker, publicist of cartoonist in het Nederlandse taalgebied die door onafhankelijke, objectieve en kritische berichtgeving bijgedragen heeft tot een cultuur van vrede en rechtvaardigheid.

***

JURYRAPPORT JOURNALIST VOOR DE VREDE 2018

Het Humanistisch Vredesberaad kent de tweejaarlijkse prijs “Journalist voor de Vrede” voor 2018 toe aan RUDI VRANCKX.

Al bijna dertig jaar draagt Rudi Vranckx bij aan een cultuur van vrede en recht­vaardigheid door ons met zijn reportages een spiegel voor te houden. Onvermoeibaar en met grote objectiviteit toont hij steeds weer wat gewapende conflicten met mensen doen, hoe zwaar mensen daardoor getroffen worden, maar ook hoe mensen het vermo­gen kunnen ontwikkelen om rampspoed te overleven.

Hij omschrijft zichzelf daarbij als “een chroniqueur van mensen in tijden en plaatsen van oorlog”. En hoe gerechtvaardigd dit is wordt snel duidelijk. Uit een veelheid van conflictgebieden, van Venezuela tot Afghanistan, van Nigerië tot Mexico en van Roemenië tot Hongkong en Kongo heeft hij ons verslag gedaan op een wijze die ons dicht bij de getroffen bevolking brengt. Wat in veel gevallen niet mogelijk ge­weest zou zijn zonder grote volharding en zonder persoonlijke moed. En natuurlijk ook niet zonder een ploeg zeer toegewijde medewerkers, wat ook vermelding verdient.

Bijzondere indruk maakt de indringende wijze waarop Rudi Vranckx ons meeneemt naar gebieden waar de groepering die zichzelf tot “Islamitische Staat” uitriep enige tijd heer en meester was. In zijn recente boek “Harde Tijden” toont hij aanschouwelijk niet alleen hoe bloedig de terreur van deze groep in Libië, Syrië en Irak was, maar ook hoe veel moslims in deze landen aanvankelijk wellicht door de lokroep van IS verleid worden, maar vervolgens gaan inzien hoe vals het beroep op de islamitische godsdienst is dat deze machtsbelusten doen. En zelfs con­cluderen dat het een reli­gieuze plicht is voor moslims om I.S. te bestrijden. Omdat I.S. het beeld van de islamitische godsdienst in de hele wereld besmeurt.

Rudi Vranckx ziet zijn journalistieke werk als onderdeel van “een offensief van de waarheid”. Want hij betoogt dat de journalistiek overbodig is zonder “een zo eerlijk mogelijke zoektocht naar inzicht en dus waarheid”. Ook het Humanistisch Vredes­beraad heeft de overtuiging “Rede brengt Vrede”. En zo kunnen wij van harte de ereprijs “Journalist voor de Vrede” toekennen aan Rudi Vranckx.

 

Zondag 9 september 2018: Uitreiking van de ereprijs “Journalist voor de Vrede” 2017-2018

Samen met “Enschede voor Vrede” organiseert het Humanistisch Vredesberaad deze middag in Enschede in het kader van de 13e uitreiking van de ereprijs “Journalist voor de Vrede”.

Er is gekozen voor de vertoning van de film van Sinan Can: “De verloren kinderen van het Kalifaat”, waarna uitgebreid zal worden ingegaan op verschillende aspecten van de film. Daarna zal Sinan Can, (de vorige prijswinnaar) de prijs uitreiken aan de nieuwe Journalist voor de Vrede.

Hieronder ziet u de lijst waaruit het bestuur van het Humanistisch Vredesberaad een keus zal maken. In de middag zal worden opgetreden door een singer-songwriter.

Voorgedragen voor de tweejaarlijkse prijs “Journalist voor de Vrede” 2017-2018:

Floortje Dessing, haar programma “Terug naar Syrie” in 2016
Ana van Es, verslagen uit Midden-Oosten in de Volkskrant
Frederike Geerdink, reportages over Koerden in diverse media
Annemarie Kas, artikelen over Indonesie en Myanmar in NRC Handelsblad
Gert van Langendonck, reportages uit Afrika en Midden-Oosten in NRC Handelsblad
Carolien Roelants, analyses over Midden-Oosten in NRC Handelsblad
Rudi Vranckx, over mensen in oorlogsgebieden, programma’s bij VRT.

plaats: filmtheater “Concordia” te Enschede, Oude Markt 15
tijd: zondag 9 september 2018, 14 uur
De toegang is gratis

programma:
14:00  opening
14:15 film van/door Sinan Can/ interactie met publiek
16:00  uitreiking prijs journalist voor de vrede
16.30  sluiting

De ereprijs voor de “Journalist voor de Vrede” wordt elke twee jaar door het Humanistisch Vredesberaad toegekend aan een journalist, programmamaker, publicist of cartoonist in het Nederlandse taalgebied die door onafhankelijke, objectieve en kritische berichtgeving bijgedragen heeft tot een cultuur van vrede en rechtvaardigheid.

Eerder is de prijs toegekend aan:

Stan van Houcke, Anja Meulenbelt, Mohammed Benzakour, Ramsey Nasr, Koert Lindijer, Arnold Karskens, Minka Nijhuis, Huub Jaspers, Nicole le Fever, Gie Goris, Jan Eikelboom en Sinan Can

Jemen, een onnodige oorlog

Ana van Es; de Volkskrant 18-07-2018

Sinds de Houthi-rebellen de hoofdstad van Jemen drie jaar geleden innamen wordt Sanaa belegerd. Ana van Es rijdt er door de frontlijn heen. Tussen alle verval blijkt er nog een ministerie van Toerisme te zijn. En overal worden Amerika en Israël doodgewenst.

In het Oorlogsmuseum van Sanaa is Jemen altijd de winnaar. ‘Jemen is de begraafplaats van alle aanvallers’, zegt onderluitenant Nabil Saleh al Azab. Routineus leidt hij bezoekers door dit gebouw vol vaderlands- liefde, over de talloze oorlogen die Jemen heeft uitgevochten sinds de Steentijd. Kanonnen getrokken door kamelen. Eretekenen van de ko- ningen van Mokka uit de tijd voor de islam. Maar ook een spandoek met wapenfeiten uit de oorlog van nu: 4.850 landgenoten gedood.

Dit aantal, dat trouwens te betwisten valt, is van drie jaar geleden. Voor het Oorlogsmuseum valt de laatste stand – er zijn veel meer doden – onmogelijk bij te houden. Het maakt de bezoekers niet uit. Al voor negen uur ’s ochtends stromen ze in rijen naar binnen.

Een familie uit het belegerde Hodeida volgt de rondleiding belangstel- lend. Nog maar twee weken geleden vluchtten ze uit angst voor lucht- aanvallen. Nu zijn ze hier in het Oorlogsmuseum een dagje uit. Maar als je de oude Al Azab vraagt wat hij vindt van deze oorlog die vooral Jemenieten zelf bij duizenden naar hun graf draagt, ontglipt hem in zijn toonzaal vol propaganda een woord van kritiek. Misschien ook van verdriet. ‘Deze oorlog is niet nodig. Alles is verwoest.’ Lees het hele artikel.

Vergeten conflicten

Zes Afrikaanse conflicten vergeten door media en politiek maandag 18 juni 2018

door Wil Higginbotham IPS

Conflict heeft miljoenen mensen in Afrika op de vlucht doen slaan. De Noorse Vluchtelingenraad (NRC) doet een oproep: “Deze mensen worden te vaak vergeten, zowel door de politiek als door de media”.
De boodschap van de NRC werd gelanceerd in het kader van de publicatie van hun jaarlijkse lijst van meest verwaarloosde crises die ertoe leiden dat getroffenen ontheemd geraken.
“Het is een triest patroon dat we opnieuw zien dat de crises op het Afrikaanse continent zelden de mediakoppen halen of op de agenda’s van het buitenlands beleid komen voor het te laat is”, zegt secretaris-generaal van de Noorse Vluchtelingenraad Jan Egeland.

Zes Afrikaanse crises

Uit de resultaten van dit jaar blijkt dat zes van de tien meest verwaarloosde conflicten zich situeren in Afrika. De Democratische Republiek Congo (DRC) – waar jarenlange burgeroorlog meer dan vijf miljoen mensen heeft verdreven – staat bovenaan de lijst.
De top vijf wordt vervolledigd door Zuid-Soedan, de Centraal-Afrikaanse Republiek, Burundi en Ethiopië.   “Wij – het Westen – zijn goed in een oogje dichtknijpen als er weinig geopolitieke belangen voor ons inzitten”, zegt NRC-woordvoerder Tiril Skarstein.

Politiek gewin

“De landen op de lijst worden vaak als minder belangrijk beschouwd op strategisch vlak. Daarom is er geen internationaal belang bij het vinden van een oplossing”, zegt ze. Skarstein legt uit dat in sommige landen het tegenovergestelde waar is. Daar zijn veel actoren met tegenstrijdige politieke belangen die deelnemen aan het conflict. “Dat is bijvoorbeeld het geval voor Jemen en Palestina, waar politiek gewin voor het leven van burgers komt te staan.” Het gebrek aan politieke wil om tot een oplossing te komen is een van de drie criteria waarop een crisis wordt gemeten en uiteindelijk de lijst van de NRC haalt.

Media

Volgens de NRC is de toestand van Afrikaanse vluchtelingen ook consequent te veel afwezig om door te dringen tot het “bewustzijn van het westen”, aangezien de verhalen amper worden verteld in westers nieuws en media. Op zijn minst worden ze minder vaak gecoverd dan andere humanitaire conflicten in de wereld.
Skarstein vergelijkt hier Syrië met de DRC, waar het aantal mensen dat humanitaire hulp nodig heeft in beide conflicten ongeveer 13 miljoen is. “Veel mensen weten dat niet. Hoe dat komt? Omdat de twee landen enorm verschillende niveaus van internationale berichtgeving hebben gekend.
“Omdat veel Syrische vluchtelingen het Assad-regime via Europa zijn ontvlucht, zijn velen in het Westen gedwongen geconfronteerd met hun benarde situatie. “We zien deze mensen letterlijk over onze drempel komen. Ze getuigen in de media, ze zijn te zien op televisie, online en op sociale media. En wanneer mensen anderen te zien krijgen en hun situatie leren kennen, hebben ze de neiging om te geven en te handelen”, zegt Skarstein.

Toeristenstranden

Ondertussen leiden conflicten in de DRC en andere Afrikaanse landen ertoe dat mensen vaak vluchten naar de buurlanden. “Zij komen niet aan op toeristenstranden. Het oversteken van de ene Afrikaanse grens naar de andere leidt niet tot hetzelfde niveau van zichtbaarheid.”
Door het gebrek aan politieke wil en de povere aandacht in de media, hebben veel Afrikaanse crisislanden het ook moeilijk om toegang te krijgen tot humanitaire fondsen, stelt de NRC. “Voor crisissen die weinig internationale aandacht krijgen en zelden worden genoemd in de media, wordt vaak financiële steun afgewezen, en dus humanitaire hulp”, zegt Skarstein. De DRC is momenteel de op één na laagst gefinancierde grote crisi
s, met minder dan de helft van het nodige budget van 812 miljoen dollar. Sinds het geweld is geëscaleerd in verschillende delen van de DRC in 2015, werden bijna twee miljoen mensen gedwongen hun huizen te verlaten, alleen al in 2017.

Donormoeheid

Een ander probleem is donormoeheid, een fenomeen waarbij de lange duur van een conflict, een zekere gelatenheid bij donoren in de hand werkt en zo de nodige financiering steeds meer bemoeilijkt. “Er zijn jarenlange conflicten, sommige duren zelfs al tientallen jaren. Dit geeft mensen de indruk dat het een hopeloos geval is. Dat moeten we bestrijden”, zegt ze.
Wat kan gedaan worden om de meest verwaarloosde landen toch te helpen? Volgens de NRC is het belangrijk dat donorlanden hun steun bepalen op basis van de behoeften van mensen in plaats van om politieke redenen. Verder benadrukt de mensenrechtenorganisatie ook de rol van de media. “De lijst van verwaarloosde crises moet daarbij als een herinnering dienen.” “Het is niet omdat je mensen niet ziet lijden, dat hun lijden niet minder echt is. Het ontslaat ons niet van onze verantwoordelijkheid om te handelen”, concludeert Skarstein.

De andere landen die dit jaar op de lijst met World’s Most Neglected Displacement Crises staan zijn de Palestijnse gebieden, Myanmar, Jemen, Venezuela en Nigeria.

artikel van de site: dewereldmorgen.be

Journalist voor de Vrede  2017-2018

Voorgedragen journalisten voor de tweejaarlijkse ereprijs “Journalist voor de Vrede” in 2018

(alfabetische volgorde)

Floortje Dessing,  programma “Terug naar Syrië

Ana van Es, over Turkije

Frederike Geerdink, verschillende reportages over Turkije

Annemarie Kas, reportages over Indonesië en Myanmar

Gert Van Langendonck, reportages over N.Afrika en MO

Carolien Roelants, artikelen over MO

Rudi Vranckx, over mensen in oorlogsgebieden

De ereprijs voor de “Journalist voor de Vrede” wordt elke twee jaar door het Humanistisch Vredesberaad toegekend aan een journalist, programmamaker, publicist of cartoonist in het Nederlandse taalgebied die door onafhankelijke, objectieve en kritische berichtgeving bijgedragen heeft tot een cultuur van vrede en rechtvaardigheid.

Eerder is de prijs toegekend aan Stan van Houcke, Anja Meulenbelt, Mohammed Benzakour, Ramsey Nasr, Koert Lindijer, Arnold Karskens, Minka Nijhuis, Huub Jaspers, Nicole le Fever, Gie Goris, Jan Eikelboom en Sinan Can

Prijsuitreiking: zondag 9 september 2018 in Enschede

zie voor meer informatie de rubriek “Journalist voor de Vrede” elders op deze website.