14 november 2025 Slachtstraattheater Utrecht.
Dank voor deze erkenning. Het is een eer om in het rijtje te mogen van zoveel mensen die ik al zolang bewonder. Zoals Koert Lindijer (2007), Minka Nijhuis (2009), Nicole le Fever (2011), Jan Eikelboom (2014), Sinan Can (2016), Rudi Vrankx (2018), Carolien Roelants (2020) en de afgelopen winnaar Hans Jaap Melissen (2022).
Toen ik vertelde wat we vandaag gingen doen, was de meerderheid van de reacties: Journalist voor de Vrede? Jij? Journalist voor de Vrede, dat lijkt inderdaad een contradictio in terminis. Ik herinner me nog hoe aan het einde van de Joegoslaviëoorlog de Vredesakkoorden in Dayton werden gesloten en oorlogsverslaggever Harald Doornbos (grappend) sprak over ‘broodroof.’
Wij journalisten, hebben toch van oorlog ons verdienmodel gemaakt zou je denken. Maar ik denk dat ik zeker voor Hans Jaap en veel collega’s spreek als ik zeg dat we een bloedhekel hebben aan conflicten en het levensgevaarlijke onderbuik-populisme dat eraan voorafgaat. Ik zie de oorlog bij een ander, altijd als een waarschuwing voor ons zelf.
Het programma dat we nu al vijf seizoenen maken, heet Frontlinie. Dat maak ik niet alleen maar met een team van ontzettend gemotiveerde mensen, waarvan er sommigen hier in de zaal zitten. Ger van Westing, David Lieffering, Peter Paskamp, Tess Holterman, Laura Hesselink, Nina de Groot, Paul Delput, Chris van Oers, Robin Delpeut en sommigen die nu voor ons programma op een levensgevaarlijke reis zijn in Oekraïne: Marjolein den Dekker, Sven Torfinn.
Bij Frontlinie proberen we te begrijpen wat onze rol is in die ver-weg-oorlogen. En hoe die oorlogen ontstaan. Hoe doodnormale mensen bij zoiets vreselijks betrokken raken. Hoe die oorlogszucht in ons allemaal zit.
In onze meest recente aflevering, Soldaten voor Israël, probeerden we te begrijpen wat mensen drijft tot het goedpraten van oorlogsmisdaden. De belangrijkste conclusie was dat het allemaal heel normale aardige, gastvrije, lieve mensen zijn, met kinderen en levens zoals wij allemaal. Geen monsters met horentjes, geen beesten, zoals we misschien graag zouden denken. Dat monster zit in ons allemaal.
Voor die uitzending ben ik ondergedompeld in het werk van de Duits-joodse filosoof Hannah Arendt. Zij had het over die banaliteit van het kwaad. En ook over de imperial boomerang. Ze zag de holocaust niet als een unieke gebeurtenis in Europa, maar als een voortzetting van het koloniaal geweld dat de Europese grootmachten al elders hadden begaan voor de eerste en tweede oorlog begonnen. Denk aan de uitroeiing van de Nama en Herero in de toenmalige Südwest kolonie (het huidige Namibië) door de Duitse Schutztroepen van 1904-1908. De moordpartijen werden later beschreven als een oefening in genocide. Denk aan de naar schatting tien miljoen Congolezen die rond dezelfde tijd onder het gezag van de Belgische Koning Leopold stierven in de Congo Vrijstaat.
Hannah Arendt waarschuwt ons: dat buitensporige geweld, komt altijd thuis. Zoals je nu in de straten van veel Amerikaanse steden reservisten van de Nationale Garde ziet lopen, in dezelfde uitrusting, wapens en helmen en kogelwerende vesten, als de soldaten die in Irak en Afghanistan 20 jaar lang huishielden.
We brengen bij Frontlinie vaak het geweld aan Europa’s grenzen en verder in Afrika in beeld, omdat dat ik er van overtuigd ben dat die boemerang ook boven ons suist. Wie de toekomst van Europa wil zien, moet naar onze grenzen kijken. Daarom moeten we verslag blijven doen over wat daar gebeurt. Want wie de vrede lief is, moet eerst oorlog begrijpen.


