Uitlevering aan Rwanda? – Enerzijds/anderzijds

In december 2014 nam vredesorganisatie PAX samen met het Afrika Studiecentrum het initiatief voor een open brief aan de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, waarin geprotesteerd werd tegen de mogelijke uitlevering aan Rwanda van in Nederland verblijvende Rwandezen die worden verdacht van betrokkenheid bij de gruwelijke volkenmoord in dat land in 1994. Deze brief, door NRC Handelsblad geplaatst op 18 december 2014, en ondertekend door een aantal Afrika-deskundigen, stelde dat in Rwanda geen eerlijke processen te verwachten zijn, waarbij onder meer gewezen werd op waarschuwingen van Human Rights Watch en Amnesty International. Gesteld werd dat politieke motieven schuilen achter de behoefte van de Rwandese regering om de mensen om wie het hier gaat te berechten. Het zou het bewind van president Kagame er slechts om te doen zijn zich te ontdoen van zijn lastige opponenten.

Op het “webzine” Ravage plaatste Jos van Oijen op 8 januari 2015 een artikel waarin hij afstand nam van deze brief. Onder de titel “Waarom steunt PAX genocideverdachten?” betoogt hij onder meer dat de aangevoerde informatie tendentieus is, en dat de internationale advocaten die zich voor deze verdachten sterk maken voornamelijk mensen zijn die de genocide van 1994 bagatelliseren of ontkennen. Volgens hem zijn de oordelen van Human Rights Watch niet zo negatief, en is het belangrijkste dat mensen die van genocide verdacht worden hun berechting niet mogen ontlopen.

staatssecretaris Teeven

Het lijkt vrijwel onmogelijk uit te maken wie hier het gelijk aan zijn zijde heeft. Toenmalig staatssecretaris Teeven heeft in zijn antwoord op de open brief aangevoerd dat na 1994 in Rwanda een heel nieuw rechtsstelsel moest worden opgebouwd, en dat volgens het Rwanda-tribunaal, volgens het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en volgens een aantal Europese rechtbanken de Rwandese rechterlijke macht nu aan de vereisten voldoet (hieraan meteen toevoegend dat er “zeker nog verbeteringen mogelijk zijn”).

Het is zeker een feit dat er veel gebeurd is aan de opbouw van het rechtsstelsel in Rwanda. Maar in een zeer recent rapport (15 april 2015) uit Human Rights Watch zich weliswaar positief over de economische en sociale opbouw in Rwanda en over het werk voor de emancipatie van vrouwen, maar kraakt het tegelijk harde noten over de interne rechtszekerheid. De enige overgebleven Rwandese mensenrechtenorganisatie (LIPRODHOR) is onder controle van de regering geplaatst. Binnenlandse oppositie is vrijwel onmogelijk. En mogelijk het ernstigste: de aanwijzingen stapelen zich op dat opponenten van het Rwandese bewind die naar het buitenland moesten vluchten daar alsnog bedreigd worden of zelfs vermoord zijn.

oppositiemensen vermoord door Kagame?

Al in juni 2011 waarschuwde de Britse politie enkele in Engeland wonende Rwandese ballingen dat volgens betrouwbare informatie hun veiligheid gevaar liep. De Rwandese regering zou instructie gegeven hebben hen uit de weg te ruimen. Rwanda’s president Kagame nam toen nog de moeite dit uitgebreid te ontkennen. Toen ik op Twitter hem er vragen over stelde haastte hij zich mij toe te voegen: “Would you kindly ask those who circulated the false reports to come clean on it since they have turned out to be lies please!” En vervolgens betoogde hij langdurig dat zulke “valse berichten” slechts bedoeld waren om de naam van Rwanda te beschadigen.

Maar het ging anders toen op 1 januari 2014 in Zuid-Afrika Patrick Karegeya gewurgd in zijn hotelkamer werd gevonden. Karegeya, voormalig hoofd van de Rwandese inlichtingendienst, was na een conflict met Kagame naar het buitenland gevlucht en was een van de oprichters van het Rwanda National Congress, een groepering die streeft naar omverwerping van het bewind-Kagame. Deze keer geen verontwaardigde ontkenningen meer uit Rwanda, maar op een bijeenkomst op 12 januari riep Kagame triomfantelijk uit: ”Iedereen die dit land verraadt zal de prijs ervoor betalen.” En op Twitter liet hij weten: Whoever you are just get to know that if/when you start a fight n things dont go in your favour,dont cry foul !” Toen ik hem ook hierover  beleefd vragen stelde kwam er niet alleen geen antwoord meer, maar blokkeerde hij mij, zodat vragen stellen op Twitter niet meer mogelijk is.

scepsis

Men kan natuurlijk aanvoeren dat wie streeft naar omverwerping van een bewind zulke risico’s over zichzelf afroept. Maar bij Rwanda’s duidelijke verantwoordelijkheid voor zulke liquidaties in het buitenland zullen velen toch wat moeite hebben om de toenmalige staatssecretaris Teeven te volgen die op 5 maart van dit jaar in het “Algemeen Overleg” met de Commissie voor Veiligheid en Justititie van de Tweede Kamer verklaarde: “Het justitiële en politionele apparaat van Rwanda is een enclave van relatieve rust in een regio waar het soms heel moeilijk is om iets terug te zien van de opbouw van een justitieel apparaat.” Teeven wees er nog op dat Nederland aan deze opbouw veel steun geeft, en dat in Rwanda twee Nederlandse rechters de ontwikkelingen van nabij volgen. Laten we maar hopen dat deze Nederlandse magistraten inderdaad nuttig werk kunnen doen, maar vooralsnog lijkt de scepsis van de Afrika-deskundigen zeker niet onbegrijpelijk.

P. J. K.

N.B. Het Gerechtshof van den Haag heeft op dinsdag 5 juli 2016 beslist dat de uitlevering door mag gaan.

One Response to Uitlevering aan Rwanda? – Enerzijds/anderzijds

  1. Jos van Oijen schreef:

    Het antwoord op de vragen in dit artikel wordt gegeven door een Nederlandse rechter-commisaris die de ontwikkelingen in Rwanda heeft gevolgd. In de uitspraak van het gerechtshof wordt deze deskundige als volgt geciteerd (vert.):
    “Samengevat steun ik uitleveringen aan Rwanda en, mede gebaseerd op mijn eigen ervaringen in Rwanda die teruggaan tot 2008, alsmede de ervaringen van anderen, verwerp ik de beweringen dat de (Rwandese) overheid zich in zaken mengt, getuigen onrechtmatig beïnvloedt, dat genocidezaken politiek van aard zijn en verdachten gevaar lopen na hun uitlevering. Volgens mijn observatie heeft Rwanda een functionerend rechtssysteem voor genocide-uitleveringszaken.”
    Dit citaat komt uit een memo die hij een jaar geleden schreef, en waarmee hij bevestigde wat hij daarvoor al in een rapport had geconcludeerd. Wel deed hij aan uitleverende landen de aanbeveling om te zorgen voor capabele rechtsbijstand.
    Ik heb deze deskundige – zijn naam is Martin Witteveen – een half jaar geleden ontmoet. Hij was op dat moment nog dezelfde mening toegedaan, maar in de pers is de aanbeveling in zijn conclusie nogal verdraaid. Er is ten onrechte de indruk gewekt dat hij sterk gekant zou zijn tegen uitlevering. In ieder geval zijn er volgens het gerechtshof inmiddels voldoende garanties afgegeven voor een adequate verdediging in Rwanda.
    De brief van PAX was deels gebaseerd op mediaberichtgeving die op dat moment al achterhaald was of die zelfs verkeerd was overgeschreven uit de krant. Voor zover er discussie over de aannames in de brief bestond is dat in de maanden daarna opgehelderd in een rechtszaak en door literatuur- en archiefonderzoek. Er moet nog opgemerkt worden dat de Afrika-deskundigen die de brief hebben ondertekend op één na geen Rwanda-experts waren. Zij gingen ook maar af op wat ze uit de media haalden. Die enkele expert was het eigenlijk niet eens met de inhoud van de brief maar had die toch ondertekend als een algemeen protest tegen het asielbeleid.
    Het is jammer dat men bij PAX achteraf niet flexibel genoeg was (en is) om hun standpunten aan te passen aan alle nieuw beschikbaar gekomen, betere informatie.

Geef een reactie