Archives for januari2020

Tweespalt in Irak

‘Ze zeggen: jullie zijn agenten van het Westen’
Interview Sjeik Hamid Farhan al Hais.
Uit een artikel van ANA VAN ES, de Volkskrant van 26-01-2020.

Terwijl duizenden landgenoten vrijdag in Bagdad schreeuwen om ‘doodskisten’ voor Amerikaanse militairen, maakt de invloedrijke sjeik Al Hais zich zorgen. Ooit bestreed hij de VS fel, maar nu heeft hij een onorthodoxe boodschap: Irak moet de Amerikanen juist koesteren.

Ooit vocht hij tegen de Amerikanen. De Amerikanen waren de vijand en moesten weg. Weg van zijn landgoed en weg uit Irak. Desnoods met een salvo aan dodelijke explosies. Hij werd verdacht van betrokkenheid bij een aanslag op Amerikaanse militairen. Maar nu het er inderdaad op lijkt dat de Amerikanen uit Irak zullen vertrekken, weet sjeik Hamid Farhan al Hais niet meer hoe hij het heeft.

De Amerikanen weg uit Irak? Ondenkbaar. Geen sprake van. Kan niet gebeuren. ‘Wij zijn niet akkoord met hun vertrek. We moeten wijzer zijn. Als ze weggaan, komt IS terug.’

De Amerikanen weg uit Irak? Ondenkbaar. Geen sprake van. Kan niet gebeuren. ‘Wij zijn niet akkoord met hun vertrek. We moeten wijzer zijn. Als ze weggaan, komt IS terug.’

De 180-gradendraai van Al Hais lijkt duizelingwekkend, maar is gebruikelijk in Anbar, het soennitische hartland van Irak. Ooit waren de Amerikanen hier gehaat en werden ze bij honderden gedood. Nu wil men niet dat ze vertrekken. Alleen zeggen veel inwoners dat niet hardop. Soennitische parlementsleden bleven weg bij de cruciale stemming waarin het Amerikaanse leger zijn congé kreeg. De bevolking doet er het zwijgen toe omdat ze bang zijn te worden gearresteerd. Soennieten zijn een minderheid in Irak. De regering, de politie en het leger worden gedomineerd door sjiieten.
Lees het hele artikel van Ana van Es

De eeuwige oorlog

De komende weken is op Canvas (VRT.be) de documanteire van onze pijswinnaar van de Journalist voor de Vrede, Rudi Vranckx, te zien “De Eeuwige Oorlog.

In De eeuwige oorlog zoekt hij uit hoe het komt dat die conflicten nooit lijken op te houden.
Hij interviewde Haider Al-Abadi
Hij is een innemend man. Anders dan zoveel andere stugge leiders in het Midden-Oosten, straalt de man die tussen 2014 en 2018 eerste minister was van Irak warmte uit. En zo gemoedelijk als hij met mij praat, zo is hij ook met de gewone Irakees, liet ik me vertellen in de voorbereiding voor dit gesprek. Ik geloof het.

Uit dit gesprek staat hieronder een aantal citaten.

“Het standbeeld van Saddam Hoessein dat in 2003 naar beneden kwam in Bagdad, dat was een fascinerend moment voor ons”, herinnert hij zich. “De Irakezen waren blij om het einde van het regime, maar er was niet veel plaats voor feestvreugde. We waren bang en verdrietig om alle wreedheden uit de tijd van Saddam die naar boven kwamen, de lijken en de massagraven.”
“Sommigen wachtten op de overheid om dat onrecht recht te zetten, maar anderen hadden dat geduld niet. De Iraakse overheid lag in duigen en de Amerikaanse bezettingsmacht had niet genoeg middelen uitgetrokken om die noodzakelijke gerechtigheid voor de burgers te brengen.” 

Mafia
De Amerikanen bleken op wel meer vlakken onvoorbereid, herinnert Abadi zich. “Op zich was het een goed idee om de Baath-partij van Saddam Hoessein af te schaffen. Maar de Amerikanen hadden zich onvoldoende geïnformeerd over hoe het land bestuurd werd. Er was weinig voorbereid. Hun aanpak was niet stevig gefundeerd.”
“Ik denk dat ze zelf verrast waren door hoe snel de Iraakse staat instortte, samen met het regime. Nochtans hadden we hen vooraf gewaarschuwd. Saddam bestuurde het land als een maffia. De veiligheidsdiensten, het leger, de overheidinstellingen… zijn mensen zaten overal. Als je zo’n regime afzet, heb je een alternatief nodig.”
In de plaats daarvan zette de bezettingsmacht de veiligheidsdiensten die onder Saddam hadden gewerkt, op non-actief. “Ervaren legergeneraals stonden in de straat aan te schuiven voor een maandloon van 20 dollar, onder supervisie van Amerikaanse soldaten. Dat was enorm vernederend voor hen.”
Angst-regime
Die ervaren Baathisten (en hun wapens) vonden een nieuwe thuis bij de jihadistische extremisten die tegen de Amerikaanse bezettingsmacht vochten. “Velen van hen waren nochtans seculier”, legt Abadi uit. “Ze gingen ervan uit dat ze die terroristen en hun religieuze agenda wel zouden kunnen beteugelen en inzetten voor hun eigen belangen. Maar natuurlijk was Al Qaeda veel machtiger dan hen. Ze slaagden erin de Baathisten te brainwashen en terroristen van hen te maken.”

Manifestatie in A’dam 11/01 14:00

VS neemt grote risico’s in Irak

uit NRC

Analyse door: Gert VanLangendonck uit het NRC van 3 januari

Irak Trump riskeert met het doden van Soleimani een nóg sterker Iran. Dat gaat hand in hand met jarenlang Amerikaans beleid.

Alles wat de Amerikanen sinds 2003 hebben gedaan in Irak heeft de invloed van Iran daar alleen vergroot. De uitschakeling van de Iraanse generaal Qassem Soleimani vrijdagochtend, is daar geen uitzondering op.Het lijkt een boude stelling omdat Iran onder president Trump meer dan ooit de aartsvijand is van de Verenigde Staten, en Trump vrijdag de op één na belangrijkste man van Iran heeft geëlimineerd. Toch liegen de feiten er niet om.
Toen de Amerikaanse oud-president George W. Bush in 2003 Irak binnenviel en de soennitische dictator Saddam Hoessein omverwierp, was het logisch dat de sjiitische meerderheid in Irak goed af zou zijn bij het invoeren van de democratie. Omdat veel sjiitische partijen onder Saddam Hoessein in ballingschap waren in Iran, werd zo ook de Iraanse invloed geïmporteerd.
De Amerikaanse bezetting, en het verzet daartegen, creëerden de omstandigheden waarin Al-Qaida voet aan de grond kreeg in Irak, wat later zou leiden tot het ontstaan van Islamitische Staat. Wanneer de Amerikanen in 2014 terugkeren naar Irak om terreurgroep IS te bestrijden, is Iran in de praktijk een bondgenoot. 
Als Qassem Soleimani voor sommigen een held is die IS tot staan heeft gebracht dan is dat omwille van zijn rol in het uitbouwen van de Hashd al-Shaabi, de sjiitische volksmilities die in 2014 zijn ontstaan om Bagdad te beschermen tegen het oprukkende IS. 
Maar Soleimani had toen al in zijn achterhoofd dat de Hashd ook een geweldig vehikel waren waarmee hij de Iraanse invloed in Irak nóg groter kon maken. Dat de Hashd zich tegen de Amerikanen zouden keren was een kwestie van tijd.

Nog een belangrijke dode 
Trumps actie van vrijdag lijkt een oorlogsverklaring, niet alleen tegen Iran maar ook tegen de Hashd al-Shaabi. Samen met Soleimani en vier hooggeplaatste Iraanse militairen werd immers ook een van de Hashd-leiders, Abu Mahdi al-Muhandis gedood. Tevens was hij de leider van de Kataeb Hezbollah, een pro-Iraanse militie die op oudejaarsdag de Amerikaanse ambassade in Bagdad bestormde.
De dood van al-Muhandis krijgt minder aandacht dan die van Soleimani maar hij is niet minder belangrijk. Soleimani was de vijand; al-Muhandis was een bevelhebber in de strijdkrachten van een in principe bevriend land. Sinds 2018 zijn de Hashd al-Shaabi officieel onderdeel van de Iraakse strijdkrachten. In het parlement vormen zij zelfs het tweede grootste blok. De kans dat een volgende Iraakse regering nog vriendschappelijke betrekkingen zal hebben met de VS wordt zo heel erg klein.
Het was voor opeenvolgende Iraakse regeringen altijd een moeilijke evenwichtsoefening om zowel Iran als de VS te vriend te houden. Tot voor kort hielp Washington daarbij, bijvoorbeeld door Irak toe te laten om gas in te voeren uit Iran in weerwil van de sancties tegen Teheran. Trump heeft met zijn actie van vrijdag een streep getrokken door dat beleid. 
Een eerste gevolg van de dood van Soleimani zou het vertrek van de Amerikaanse troepen uit Irak kunnen zijn. Want de grootste partij in het Iraakse parlement is sinds 2018 de lijst van Moqtada al-Sadr. Dat is een sjiitische religieuze- en militieleider die een heilige oorlog uitriep tegen de Amerikaanse bezetter.
Al-Sadr geldt als een nationalist die zowel de Amerikaanse als de Iraanse invloed verwerpt. Maar al vóór de aanslag tegen Soleimani zei al-Sadr dat hij bereid was om samen te werken met het pro-Iraanse blok om een einde te maken aan de aanwezigheid van de Amerikaanse troepen. In eerste instantie met politieke maar indien nodig ook met andere middelen. Vrijdag heractiveerde al-Sadr alvast zijn leger waarmee hij in 2004 tegen de Amerikanen vocht.
Wraakacties tegen Amerikaanse doelwitten in Irak door de sjiitische milities zijn de meest voor de hand liggende reactie op de gebeurtenissen van vrijdag. Maar als de aanpak van Soleimani zijn dood overleeft – en zijn nummer twee is al aangeduid als opvolger – dan kan de vergelding ook heel ergens anders plaatsvinden. 

Soleimani stond bekend om zijn asymmetrische oorlogvoering. Zijn aanpak was om maximale invloed uit te oefenen door samen te werken met paramilitaire groeperingen: Hezbollah in Libanon, Hamas in de Gazastrook, de Hashd al-Shaabi in Irak. Ook niet opgeëiste aanvallen, zoals die tegen de Saoedische olie-installaties vorige zomer, behoorden tot zijn arsenaal.
In 2018 richtte Soleimani zelf het woord aan Trump in een toespraak vanuit Iran. „Mijnheer Trump, de gokker, weet dat wij heel dicht bij jullie zijn, ook in die plaats waar jullie niet denken dat wij zijn”, zei Soleimani cryptisch. En hij voegde eraan toe: „Jullie gaan deze oorlog beginnen maar wij gaan hem beëindigen.”
De kans dat het tot een conventionele oorlog komt tussen de VS en Iran blijft klein. Iran heeft er geen geld voor, en Trump heeft er vermoedelijk geen zin in. Wat wel vast staat, is dat Irak opnieuw het gelag zal betalen.

Nieuwe instabiliteit in Libië

Turkse missie in Libië om olie en gas.

Het Turkse parlement heeft gisteren met een grote meerderheid ingestemd met het regeringsplan troepen naar Libië te sturen. Turkije doet dit uit economisch belang, maar critici vrezen destabilisatie van de regio.
CARLIJNE VOS Uit de Volkskrant van 2 januari.

Turkije krijgt met de steun van het parlement het mandaat om voor een jaar de internationaal erkende regering van premier Fayez el-Serraj in Tripoli te steunen tegen het oprukkende leger van veldmaarschalk Khalifa Haftar. De Turkse regering gaat hiermee in tegen de waarschuwing van Navo-bondgenoten en de Arabische Liga om zich niet te mengen in het conflict in Libië. De vrees bestaat alom dat het de oorlog verder doet escaleren en de regio zal destabiliseren.

Ook zijn er grote zorgen om de beweegredenen van Turkije dat vooral geïnteresseerd zou zijn om economische belangen in de Middellandse Zee veilig te stellen ten koste van aartsrivaal en Navo-bondgenoot Griekenland.

Internationaal wordt met grote zorgen gekeken naar de inmenging van Turkije in het wespennest van Libië. Turkije plaatst zich hiermee regelrecht tegenover Rusland, Egypte en onder meer de Verenigde Arabische Emiraten die Haftar steunen. Ook Europa is verdeeld als het gaat om de steun aan Libië, dat sinds de val van kolonel Khadafi in 2011 in totale chaos is vervallen. Twee rivaliserende regeringen en talloze milities maken er sindsdien de dienst uit.

De Arabische Liga (de organisatie van 22 Arabische landen) heeft Turkije vorige week gewaarschuwd zich afzijdig te houden om verdere escalatie te voorkomen. ‘Elke unilaterale stap moet voorkomen worden (…) vooral interventies die het mogelijk maken om buitenlandse extremistische strijders naar andere brandhaarden zoals Libië te transporteren.’ Turkije steunt de regering van Serraj al met wapens ondanks een VN-wapenembargo. Ook zou president Erdogan driehonderd Syrische strijders die met Turkije optrekken tegen de Koerden in Noord-Syrië naar Libië willen sturen. Aan de andere kant zou Haftar worden gesteund door huurlingen uit Soedan en Rusland.
Lees het hele artikel van Carlijne Vos